HOME Archief  Lezersliefde   Liefdesaforismen  Links  Nieuws  Perslichten  Publicaties   Wie ben ik ?  

 

DROMEN 2010

 

Wens

Dag mooi mens, heb je nog een wens?

Je bent mooi, omdat jij je mooi van binnen voelt.
Mooi voelen, dat zeg je tegen mij en ik geloof in jouw oprechtheid.
Mooi? Jazeker!
Intens mooi? Nou en of!

Je toont jouw diepste gevoelens. Uit ze tegen mij. Je doet dit met de eenvoud die jou kenmerkt.
Mooi, omdat jij mij aan het denken zet. Ook mooi, omdat jij een ander wat meegeeft. Jij geeft zoveel. Een woordje treffend, een vraag doordenkend of een blik verrassend.
We praten wat verder. We ontdekken elkaar met zelfspot en met de wijsheid van relativeren. Zo is een gesprek van meerwaarde.
Het verleden passeert. Je weet, het is nu anders. Het wordt niet weer zoals het is geweest. Je blijft dichterbij jezelf. Bent eerlijker naar jezelf. Nergens spijt van. Gezaaid en geoogst. Soms een misoogst. Fouten maken is er niet, wel teleurstellingen ervaren. Deze horen bij het leven. Daardoor ben je nu sterker dan ooit geworden.

Je leeft niet alleen voor jezelf. Denkt ook aan anderen. Geeft hen aandacht. Zie hen staan. Laat de anderen in hun waarde. Bent wars van vragen als `Alles goed?`. Verwacht de vragensteller wel een antwoord? Is de vragensteller al doorgelopen met andere gedachten? Jij laat de vraag als onbeantwoord liggen.
Jij geniet van passie. Ook van opvallende eigenaardigheden, waar mensen soms vol van zijn. Zij hebben inhoud die nieuwsgierigheid opwekt. Wat er ook gebeurt, jij staat positief in het leven. Knap van je, na zoveel tegenslag. Uren duren en ... naar muren turen ...
De betrekkelijkheid van het leven zie je meer dan ooit in. Jij maakt je niet druk over details. Futiliteiten zijn voor anderen. Jij kijkt naar littekens, die jouw hart sieren.

We spreken elkaar ook in het nieuwe jaar ...? Dan gaan we nu even uiteen.
Nog een wens?, vraag ik.
Nee, zeg je met een glimlach.
Ik wens voor jou één ding.
Wat dan?, vraag je.
Blijf een mooi mens. Dat wens ik je toe als droom voor het nieuwe jaar.

Jan van Wijk, 29 december 2010

 

ezels om te koesteren

Bezoek De Ezelshoeve in Baarle-Nassau. Krijg een rondleiding door een vriendelijke vrijwilligster. Zij getuigt, evenals de andere vrijwilligers, van grote liefde voor ezels. Zie meer dan dertig ezels. Word opmerkzaam gemaakt op verschillen tussen ezels. Hoor van hun erbarmelijke afkomst. Liefde voor een dier komt wel eens merkwaardig over ... Er gaat een nieuwe wereld voor me open bij het beter zien van de viervoeters met een kruis op de rug.

De doelstelling van De Ezelshoeve is allereerst goed voor ezels zorgen. Dit wordt gerealiseerd door het opvangen van verwaarloosde, mishandelde, zieke of toekomstloze ezels. Daarnaast wil de organisatie informatie geven aan geïnteresseerden over het houden van ezels en over de ezels in het algemeen. Ezelleed is hierdoor wat te voorkomen. De medewerkers van de hoeve zetten zich in om ezels op veel manieren liefde te geven. Zij dragen bij aan het verhelpen van onnodig dierenleed bij ezels. Hier worden ezels gekoesterd en dat is meer dan opvangen! Weet nu dat de ezel een ondergewaardeerd en miskend dier is. Ook heeft een ezel een hoog knuffelgehalte. Merk dat meteen bij het even aanhalen van het dier. Dankbaarheid straalt de ezel uit. Voel dat de ezel een aangenaam gezelschap is. De hoeve is meer te zien als ezelsopvang dan als ezelasiel. De opgevangen dieren ondergaan bij aankomst een grondig onderzoek. Het gevolg is veelal een lange herstelperiode om zo de ezel een nieuwe toekomst te bieden. Dit kan door het vinden van een goed ezeladres. Een optie is ook de ezel op de hoeve als gast te houden en zo het laatste hoofdstuk in het ezelleven mee te laten maken. Door de activiteiten van De Ezelshoeve komt de ezel toch wel onder een ander gesternte te staan. Dit dier verdient dat zeer.

De ezel is een mooi dier en familie van de paardachtigen. Zie de opvallend lange oren en de pluim aan het eind van de staart. De ezel is ook onderscheidend door een enorm uithoudingsvermogen.
Is de ezel niet het dier voor kennis en wijsheid? Een ezel stoot zich immers geen tweemaal ... Een ezel leert namelijk snel en laat merken werken leuk te vinden.
De reputatie van de ezel is eigenzinnigheid en dat slaat op intelligentie en voorzichtigheid. De ezel kan dan eens resoluut halt houden en is even niet in beweging te krijgen.

De ezel als rijdier ... Ooit met een zwangere Maria op de rug voor een barre tocht. Later staat de ezel in de stal om Maria's kleine langdurig wat warmte te bieden.
De ezel staat in het christelijk denken immers voor geduld, armoede en deemoed. In de wei zie ik een lieve ezel staan. Als daar Maria nog eens op zou zitten. Een droom voor kerstmis ...

Jan van Wijk, 23 december 2010

 

leven lang leren loont

Sinds lang spreek ik je weer eens. Je bent nog erg actief en nog steeds iets minder jong dan ik. Je reikt nu begin zestig.
Nog altijd ben jij actief in het arbeidsproces. Niet dat me dat verbaast, maar wel valt het me op dat jij er nog zo jeugdig uitziet. Jij een vrouw met lang, donker haar, nog zo slank, stijlvol in het zwart gekleed en wat opgemaakt. Je houdt ervan jezelf goed te verzorgen en er als vrouw goed uit te zien. Je oogt aantrekkelijk, wat uitdagend en je lacht met een vragende blik.
We stellen elkaar vragen. Waarom investeren bedrijven in een leven lang leren? Hoe worden mensen duurzaam inzetbaar? Hoe haakt de werknemer in op deze ontwikkeling? Wat is het rendement voor mens en organisatie?

Als een leven lang leren loont, begint het vandaag! Het ene bedrijf heeft een lange traditie in scholing van eigen medewerkers, het andere niet. Jouw bedrijf organiseert cursussen voor de werknemers, spijkert hen bij. Vergroot zo hun waarde op de in- en externe arbeidsmarkt. Het bedrijf krijgt zo de beschikking over medewerkers die ruim inzetbaar zijn en blijven. Medewerkers opleiden, ontwikkelen, leren en zo werken aan oplossingen voor in-, door- en uitstroom in onderwijs- en arbeidsmarkt voor volwassenen.

We spreken over loopbaanbeleid, arbeidsmarktmobiliteit, inzetbaarheid, arbeidsparticipatie, kennis en vaardigheden. Gaat het er uiteindelijk niet om, dat een ieder de kans krijgt bij te blijven en mee te doen? Om een leven lang leren concreet vorm te geven is het erkennen van verworven competenties noodzaak. Met een inventarisatie van kennis, ervaring, talent, vaardigheden, houding en gedrag in een concrete context, weet je wat je in je hebt. Zo ervaar je dat leven in feite werken en spelen is.
Een bedrijf investeert in de eigen medewerkers, ook in oudere krachten. Echter, de principiële verantwoording om zich te ontwikkelen ligt bij de werknemer, terwijl de werkgever faciliteert. Dit geldt niet alleen voor grote bedrijven, ook kleinere ondernemingen kunnen een goed loopbaanbeleid voeren.

Loont een leven lang leren?, is mijn vraag. Ja, zeg jij. Jij ondervindt het elke dag. Gewoon van jouw talenten gebruik maken. En ... talent heeft iedereen! Als een leven lang leren loont, is er een bewuste opleidingsbehoefte, maar ook opleidingsbeleid en opleidingsbesteding in velerlei leertrajecten. Zo ontstaat een continue ontwikkeling van ieders loopbaan. Dan heb je het ook over een dubbele vergrijzing. Er is namelijk een toename van zestigplussers die langer doorwerken en een stijging van de participatiegraad in het arbeidsproces van zestigplussers. Ook zeg je me dat de kwaliteit van het personeel de concurrentiekracht bepaalt op afzetmarkt en arbeidsmarkt. Dus een leven lang leren loont. Dat is meer dan een droom die uitkomt. Het ontwikkelen van een vrouw of man zit in de genen van een ieder. Een droom van mij is dat deze ontwikkeling tot bloei komt.
Dat geldt toch zeker voor jou. Jij, mijn goede kennis en meer, nu jij jouw ervaring vertelt ben je weer wat dichter bij mij. Je bent al meer dan veertig jaren werkzaam in de praktijk. Je hebt diverse cursussen gevolgd, bent meer dan eens van functie veranderd en als oudere werknemer wil je bijblijven. Je bent trots te mogen werken bij het bedrijf waar je zoveel hebt meegemaakt. Je voelt dat het bedrijf jou nodigt heeft en jij het bedrijf. Je hebt liefde voor het bedrijf. Jouw droom is nog enkele jaartjes in het bedrijf werkzaam te zijn.
Kom, zeg je, we gaan eens wat eten. Hoe stel jij het? Wat drink je? Je hebt toch wel tijd vanavond?

Jan van Wijk, 8 december 2010
 

eenzaam

Je zegt dat jij je eenzaam voelt. Jouw scheiding is voorbij. Nieuwe vriend is voor even. Hij is wat te vroeg gekomen. Nu vooralsnog geen ander.

Je vertelt me van jouw ervaringen met jouw oma. Haar man is vroeg overleden. Daarna staat zij zo'n twintig jaar alleen. Zij heeft jou veel over eenzaam gevoel verteld, zeg je me hier op een terras. Het is 's avonds thuiskomen in een leeg huis. Je hebt nooit echt beseft wat voor gevoel dat geeft. Nu ervaar je het zelf. Je zegt me, dat je jouw oma nu begrijpt. Zij heeft twintig jaar alleen de deur opengedaan. Alleen in de kamer gezeten. Alleen aan tafel. Alleen in bed ... Oma heeft me haar dromen verteld, vertrouw je me toe. Echter, haar dromen zijn niet uitgekomen.
Toch is jouw oma niet weggekwijnd achter de geraniums. Haar sociaal leven zorgt twee decennia lang voor afwisseling buiten de deur. En oma krijgt frequent bezoek van vriendinnen en een enkele vriend. Een verliefde vriend is niet meer bij haar gekomen. Maar zou ze die nog hebben toegelaten?

Je bent nu half de veertig. Van de kinderen is de jongste binnenkort niet meer thuis. Hij gaat op kamers. Je hebt een dochter, die is naar Canada gegaan. Je ziet elkaar eens per jaar voor een week of twee. Dan blijven er nog vijftig weken over. Dat is lang, zeg je me. Je vertelt me meer...
Het staat toch niet als ik zeg dat ik eenzaam ben? Dat is voor oudjes, zoals ooit oma.
We raken in een lang gesprek over eenzaamheid. Het gaat vooral over zich verlaten voelen. Je hoeft daar niet bejaard voor te zijn.

Je hebt een baan. Vier dagen per week. Kennissen heb je ook en een paar vrienden. Door hen aandacht en vriendelijkheid te geven, krijg je ook wat terug. Zo ervaar ik het toch.
Ik moet dat meer doen, zeg je.
De contacten zijn dierbaar en te koesteren. Doe je dat dan komen dromen uit.
Geef je nu college?, vraag je.
Nee, ik vertel mijn ervaringen.
Gaan we eens samen uit?, is jouw vraag.
Ik kijk je in de ogen. Dan hoor ik je over aanstaande vrijdagavond.

Jan van Wijk, 5 november 2010

borstkanker en vrouwgevoel

Al maanden last van vage klachten. Geen knobbeltje in mijn borst. Wel een zeurende pijn, een trekkend gevoel en een veranderende borst. Wat blijkt later ...? Hele borst vol kankercellen. Borstamputatie dus. Dan angst. Veel angst voor even. Vervolgens de gedachte van dit is het leven en ik maak er wat van.
Een agressieve hormonale tumor met uitzaaiingen. Gevolg is enkele onderzoeken. Eerst een mammografie, dan een echo, een punctie. Dan het keiharde nieuws met een spoedoperatie als volgende fase. Eerst de gedachte van een borstbesparende operatie. Nee dus. Uitzaaiingen in mijn oksel. Weer een verdere ingreep. En dan ... chemokuren, bestralingen en dagelijkse medicatie.

Weet je, mijn lingeriesetjes ... Zo beeldig. Trots ben ik erop geweest. Sexy, uitdagend, behagend, goed passend, kleurrijk en fijn voelend. Echt vrouw zijn, voelde ik me dan. Echter, alle lingerie is er nu uit. In de vuilniszak. Dat is best aangrijpend en emotievol. Net alsof ik afscheid neem. Heb bij enkele setjes ook bijzonder fijne herinneringen. Nu liggen mijn beha's, slipjes en strings al lang in de verbrandingsoven. Dat geldt ook voor mijn diep uitgesneden shirtjes.

In de familie van mijn vriendin komt het borstkankergen BRCA1 voor. Zij heeft haar borsten preventief laten verwijderen. Ook haar eierstokken zijn inmiddels weggehaald. Zo heb ik meer vriendinnen leren kennen.
Nu kijk ik wat anders terug ...
De kans op overleving is belangrijker dan mijn borsten. Een borst voor het leven geven. Een borst weg, maar mijn leven blijft.

Met mijn partner is het wel veranderd. We vrijen niet meer. Ook sex is uit ons gezamenlijk leven. Dat is niet alleen de leeftijd ... Een borstreconstructie hoef ik niet. Een huidplooi gevuld met buikvet is voor mij geen echte borst. Ik ben wie ik ben en die ik ben. In mijn verdere leven onderneem ik nog wel stappen.
De vriend van een vriendin van me ziet haar nu als last. Ze mist ook een borst. Is, net als ik, wat eerder en vaker moe en kan niet alles meer aan. Kan je meteen zien hoe diep de liefde zit. Wat de een voor de ander over heeft. Hij zoekt zijn geluk bij anderen. Zij wil nu een leven zonder hem. Een partner is iemand die er echt voor je is. Ook al heb je een borst minder.

Door mijn borstkanker ben ik een stukje vrouwelijkheid kwijt. Mijn toekomstbeeld is veranderd. Ik geniet meer van de dag. Pluk de dag, begrijp ik nu pas echt. Kan goed leven zonder borst. Ik mis dan wel mijn decolleté, maar ik ga nog jaren mee.

Hoe nu verder? Ik ga zonder hem in mijn leven door. Wil het netjes afwikkelen. De kans om weer borstkanker te krijgen wil ik verkleinen. Veel bewegen, echt elke dag. Al is het maar een wandeling van amper een half uurtje. Ik drink nu nog enkel een witte wijn op een speciale gelegenheid. Mijn voeding is minstens elke dag vijf stuks fruit en de vettige hap vermijd ik. Bij een feestje sla ik wel meer een hapje over. Mijn gewicht heb ik redelijk op orde. Er mag nog wel een kilo of drie af. Voor mijn 178 centimeter weeg ik nu 62 kilo. Wil onder de 60 wegen.

Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik borstkanker heb. Echte vrienden leven nog steeds intens mee. Je weet, borstkanker komt van alle kankersoorten het meeste voor. Ik heb er ervaring mee, maar ik leef en ... voel me nu goed.
Wil je mijn verhaal op jouw site plaatsen? Een steuntje voor de vrouwen.

Jan van Wijk, 17 oktober 2010

 

droomgewicht

Je belt me op. Bent het goed zat.
Jouw relaas ...
Het lukt me nooit!, zeg je me.

Al jaren jojo ik met mijn gewicht. Heb al menig dieet geprobeerd. Steeds het gevecht aangegaan. Voortdurend aan het kortste eind getrokken. Dan schaam ik me over mijn falen. Krijg rotbuien. Huil keer op keer. Kijk opnieuw in de koelkast.

Weet je, lijnen bepaalt mijn leven. Kan enkel aan eten denken. Heb er een haat-liefdeverhouding mee. Wat mag ik wel? Wat niet? Zo gaat dat maar door. Ik baal van het hongergevoel. Eten brengt me troost. Voel me dan even anders. Eten ...

Frustraties maken zich van me meester.
Emoties vieren hoogtij. Uiteindelijk kom ik alleen maar aan. Maatje 36 in mijn tienertijd. Half de twintig is het 38. Ben nu een vrouw van vijftig met maat 44. Verdorie, dat is veel! Ken inmiddels de calorieën van zowat alles. Heb hierdoor nog beter leren rekenen. Het lijkt wel of een dieet een doel is in plaats van een middel! Ik wil zo niet verder! Wat moet ik doen?

Dan is het even stil aan de telefoonlijn.
Ben je er nog?, vraag je.
Ja, ik ben er nog.
Je kan eens met vechten stoppen. Het dieet uit jouw leven bannen. Ik zeg mijn gedachten. Is dat een droom?, vraag je me. Waarom droom je over jouw droomgewicht? Probeer eens over wat anders te dromen. Maakt maatje 40 je echt gelukkig?, is mijn vraag. Over die vraag mag je toch ook eens dromen ...

Jan van Wijk, 5 oktober 2010

 

De Efteling: er was eens ...

Het nieuwe sprookje van de Efteling te Kaatsheuvel heet "nog meer succes". Het bekende park is immers sinds april 2010 het hele jaar open...

Wandel in een groot bos met ontelbare, hoge bomen.
Ik wil succes, ik wil succes, hoor ik plotsklaps een kabouter zeggen. Hoezo?, vraag ik. Nou, heel simpel meneer, sinds april 2010 ben ik het hele jaar te zien in de Efteling, antwoordt de kabouter. Weet alleen niet hoe tot meer succes te komen, gaat de kleine met de rode puntmuts verder. Wil je me helpen?, vraagt de kabouter. Ja, zeg ik. De kabouter reageert gretig en zegt: Loop dan het bos verder in en wacht maar af ...

Wat een hoge bomen in dit bos. Wat wil die kabouter nu van mij?, flitst het door mijn hoofd. Dan hoor ik een stem. Iemand praat tegen mij, maar ik zie niemand. De stem zegt: De Efteling is, sinds het bestaan, voor het eerst opengesteld in de maanden november, februari en maart. Succes met meer bezoekers, dat is het doel. Die tover ik niet uit mijn hoed, zeg ik tegen de onzichtbare stem. Vervolgens is het even stil.

Ineens wordt de stilte door de stem doorbroken met: Hoe pak je dat aan? Ik weet het niet, zeg ik hardop en dat klinkt wel luid in dit grote bos. Ga eens kijken hoe andere parken het doen die ook op alle dagen van het jaar open zijn, zegt de stem. De onzichtbare stem vervolgt met de vraag: Wat denk je van benchmarking om de beste praktijksituaties te zien? Dat zou kunnen, is mijn antwoord. De stem gaat hier meteen op in: Niet zo vaag doen. Wat vind je van een nul-meeting? Dat lijkt me wel wat, repliceer ik. Pakken ze het in de Efteling goed aan?, vraag ik. Natuurlijk niet, zegt de stem fel. Er wordt hier nog gesproken over PMC's, product-marktcombinaties! Wat stel je voor?, vraag ik. Draai het om, hoor ik. Maak er MPC's van, dus markt-productcombinaties! Dat betekent een andere manier van denken. De markt staat dan voorop en als je de doelgroepen duidelijk voor ogen hebt, kom je pas met je diensten en service. Snap je dat?, vraagt de stem. Ja, meneer de stem, is mijn antwoord. Ik ben geen meneer, reageert de stem. Stap eens beter door, zegt de stem gebiedend.

Kijk eens naar links, hoor ik wat later.
Ik zie daar vele mensen van mijn leeftijd en ouder.
Dat zijn de kinderen van toen, zegt de stem.
Achter deze grote groep senioren zie ik een nog grotere groep. Een wat oudere wordt steeds vergezeld door een kleuter van nog geen vijf jaar. Weer een andere doelgroep, wordt er in mijn oor gefluisterd.

Wandel verder door het grote bos. Rechts van me zie ik in de verte veel bussen stoppen. Schooluitstapjes tijdens rustige parkdagen, denk ik. Ga nog wat dieper het bos in. Zie een bord met daarop "bijzondere dagen".
Wat houden die dagen in?, vraag ik.
Wat denk je?, zegt de stem. Dat zijn speciale dagen voor bezoekers als een ziekendag, Zonnebloemdag, rollatordag en singledag. Ben je homo, hetero of iets anders?, is de volgende vraag van de stem. Ik ben hartstikke hetero, antwoord ik. Organiseer dan een vriendinnendag, is de reactie. Dan hoor ik dat ik door moet wandelen. Wat verder nog?, is mijn vraag. Maak meer attracties weerbestendig, zoals gedaan is met Monsieur Cannibale, begrijp je? Zeg, lijkt een vierjaargetijdenpas je wat?, oppert de stem. Dan zie ik tussen twee reusachtige bomen een grote jaarkalander hangen. De maand februari is helemaal wit. Nog een maand erbij voor de Winterefteling, suggereert de stem. Loop nog wat door.

Ineens zie ik een mooie, glimlachende vrouw. Een prinses? Zij geeft me een briefje en is plotseling verdwenen. Zou dit een fee zijn?, vraag ik me af. Op het briefje staat: differentiatie in tarieven.
Niet het hele jaar dezelfde inkomprijs, hoor ik zeggen.
Je bent er nog niet, ga eens verder, kom op!, stimuleert de stem mij. Ook acties?, is mijn vraag. Natuurlijk, zegt de stem. Elk klein jongetje betaalt en opa mag gratis binnen. Zo ook voor kleindochter en haar oma. Al voldoende voor nog meer succes? vraag ik me af. Nee!, zegt de stem met klem. Ga eens verder. Je bent er bijna. Nog even, wil je?, verzoekt de stem mij. Je komt zo meteen op een open plek in dit grote bos. Ik stap wat door. Zo'n honderd meter. Een grote open vlakte met één boom ligt voor me. Ga naar de boom. Een elfje komt uit de boom en geeft me een bord. Lees wat erop staat, gebiedt de stem. In de Efteling schijnt altijd de zon, lees ik hardop. Juist, zegt de stem. Vertel dat maar verder. Ook de kabouter heeft alles gehoord. Weet je nog die kleine met de rode puntmuts, voegt de stem eraan toe. Ik kijk omhoog. Zie de hemelsbrede sluier van romantiek boven de open vlakte hangen.

Droom ik nu?, durf ik nog net te vragen. Nee, zegt de stem, want in de Efteling komen dromen uit.

Jan van Wijk, 17 september 2010.

 

Circus Renz Berlin

Al lang is het vierdaagse bezoek aan mijn stad aangekondigd. Het Duitse circus Renz Berlin komt.
Wil meemaken wat een grote circusfamilie al meer dan honderd jaar vol liefde doet. Zij maken en zijn circus.

´s Middags loop ik langs de grote circuswagens. Zie paarden, groot en klein. Ook apen, honden, kamelen en olifanten telt de menagerie. Dieren die met vriendenliefde worden behandeld, horen al eeuwen in een circus, naast acrobaten en clowns. Affiches met veel dieren heb ik zien hangen in de stad. Echter, roofdieren zie ik hier niet.
De middagvoorstelling is bezig. Hoor vele kinderstemmen reageren op hetgeen zich in de piste afspeelt. Kijk naar de grote tent. Wat een wondere wereld... Ga naar huis om later terug te keren.

Het is zeven uur. Dertig minuten voor de avondvoorstelling begint. Sta even in de rij. Koop een kaartje. Een vrouw in de kassawagen ruilt met klanten onophoudelijk geld tegen gekleurde papiertjes. Kan jij ook vriendelijk zijn?, is mijn gedachte.
Loop in de voortent. Hier moet je zijn voor het nuttigen van consumpties. Zie de afgeronde prijzen. Vervolgens betreed ik de viermaster.

De tent is rijk verlicht en redelijk gevuld. Meer bezette dan lege plaatsen. Veel ouderen hebben een of meer kinderen bij. Met oma en opa zijn veel jonge tieners op circusbezoek. Dat is voor mij ongekend. De muziek staat op band. Het is half acht. Precies op tijd begint het programma. Witte rook wordt in de piste geblazen. Hard handgeklap van het publiek dat altijd in hoge ere staat.
Vier Friese hengsten hebben hun nummer goed in de benen. Dat geldt ook voor de pony hierna. Liefde voor het vak van de dresseur. Een jonge Renztelg van hooguit zo´n zeven jaar is bedreven op de pony. Jong geleerd, is ... Dat is hier treffend in beeld. Past ook in een familiecircus.
Een repriseclown vermaakt enkele keren het publiek. Hij heeft aansluiting bij zowel jong, als oud. Een jongleur toont zijn bedrevenheid met ballen. Duizend keer en meer heeft hij zeker geoefend. Straalt ook passie voor zijn werk uit.
Een blonde vrouw met een lange staart is in de nok van de tent een durfal. Circusliefde op zo´n tien meter hoogte. Daarna komen zes Siberische steppenkamelen de piste in. Buiten heb ik er toch meer geteld. Ook deze dieren doen zichtbaar vlot wat zij geleerd hebben. De liefde voor het dier voel ik. Een lange, lenige, hoogbenige vrouw is snel hoog en laag in de tent. Haar optreden raakt me. Zij toont souplesse, elegantie, snelheid en kracht. Vind haar een erg aantrekkelijke vrouw. In het volgende nummer laten twee gespierde mannen zien dat beheersing van kracht voor evenwicht zorgt. Twee jonge, bevallige dames komen de piste in. Zij laten hun voeten het smalle koord voelen. Sierlijk, beweeglijk en afwisselend snel en traag zijn hun passen. Resultaat van vele trainingen, schiet me te binnen. Tot besluit komen zwaargewichten. Twee Indische olifanten, met ieder een mooie, jonge vrouw in de nek, doen hun nummer dat erg imposant lijkt. Hier blijkt andermaal liefde voor het circusvak én ... voor het dier.

Een kleine meid, met haar mama en oma naast me in de rij, geniet met volle teugen. Ook daar heb ik plezier in. Wat kan een hechte circusfamilie veel bewerkstelligen. Elke dag komen ook voor circusbezoekers dromen uit.

Jan van Wijk, 12 september 2010

 

Col du Tourmalet
 
Ben op weg naar de top van de Col du Tourmalet.
De hoge berg in de Pyreneeën is een reus van 2115 meter hoog.
Met de auto kom ik niet verder dan het ski-oord La Mongie, op zo'n vijf kilometer onder de top van de meest bekende berg in het zuiden van Frankrijk.
Ik zet de auto bij de ontelbare vierwielers die er al staan. Ga te voet verder met kleine passen in hoog tempo.
Het stijgingspercentage is bijna tien procent. Honderden fietstoeristen trappen stevig op de pedalen. 
De een zwaar hijgend, een ander puffend.
 
Op de top van de Col du Tourmalet een souvenirwinkel, een café en enkele standbeelden die herinneren aan de historie van de Tour de France. Verder wat loslopende koeien en enkele lama's. De politiemensen van de Gendarmerie hebben hun handen vol om de grote groep fietstoeristen achter de dranghekken te krijgen.
 
Er stopt een auto van de Tourorganisatie vlak voor mij. Een boeket bloemen zie ik in de wagen liggen. Een eerbetoon dat nog moet komen.
Ik kijk naar het standbeeld ter ere aan Jacques Goddet, de Tourbaas gedurende decennia in de vorige eeuw.
Een andere wagen van de organisatie houdt halt. Christian Prudhomme, de huidige Tourdirecteur, en Roselyne Bachelot, de Franse minister van Sport, stappen uit. Zij leggen het boeket bij het erebeeld van Goddet. Fotografen doen hun werk. Het duurt maar enkele minuten. Ik sta niet veel meters van de drukte. Zie Prudhomme. Stap op hem af. Schud hem de hand en doe hem de complimenten voor zijn Tourorganisatie. Hij dankt me en zegt dat ik de enige ben die dat hier doet. Het is een historisch moment voor de Tour, maar ook voor mij. Precies honderd jaar geleden beklommen de Tourrenners voor het eerst de Col du Tourmalet.
Liefde voor de wielersport is er bij velen. De renners, fietstoeristen en de duizenden toeschouwers dragen bij tot de mythe van de Col du Tourmalet. Deze berg, opnieuw in glans verschenen ...
Wat later komen de renners traag voorbij. De rit gaat verder. Pau is nog ver.

 
Jan van Wijk, 20 juli 2010

 

tijd in de tijd 
Bij jou op de bank. Zit naast je.
Je draait je naar me toe. Ik naar jou.
Kijkt me indringend aan.
Glimlacht wat onwennig.
Pakt mijn hand.
Vertelt over vroeger en pas voorbij. 
Er is veel gebeurd in korte tijd.
Vraag me af, of de tijd genoeg tijd heeft besteed om van het verleden geschiedenis te maken. 
Ook hier is het de tijd die antwoord geeft. Nu nog niet. Een rijp moment laat immers een wachttijd voorgaan.
Wat is er veel veranderd de afgelopen tien jaar.
Jij bent nu weduwe. Oudste dochter ongeneeslijk ziek. De jongste dochter is voor scheiding op herhaling.
Jouw zoon ziet geen werk. Het voelt als een razende storm die niet gaat liggen. Je zegt ook dat je niet tot rust komt. 
Na enkele dates zonder vervolg ben je weinig verder.
Wat heb je nodig?
Je antwoordt dat je wellicht een schaap met vijf poten tegen wil komen. 
Weinig kans op, volgens mij.
En hoe ziet een ander jou? Heb je oog voor de tijd in de tijd?
Een leuke vriend, met humor, die relativeert. En ... die me geneest als ik verwond ben. 
Een die me bijstaat op het moment dat ik dreig om te vallen. Een lieverd die mij draagt, over mij waakt, zo lief en blij.
Dat is toch een mooi beeld, vind je niet?
Ja, zeg ik. Het is een mooie droom die je wellicht ooit realiseert. 
Dan sta jij op. Geeft me een zoen en gaat heen. 
Jan van Wijk, 19 juli 2010

 

rijk gevoel

Ben in St. James's Church Picadilly, een kerk zo aards klein en hemels rijk. Een plek om veel van te houden in het grote, drukke centrum van Londen.
Zie de preekstoel. Wat is deze mooi gevormd. Ga er dichterbij staan. Mijn voeten voelen de treden. Ik sta op de preekstoel. Een collega-vriend maakt een foto, als ik daar met mijn vinger naar de hemel wijs. Een uiting van mijn gedrag, dat nog veel kindtrekjes heeft.
Wandel verder in dit godshuis. Steek een kaarsje aan met een intentie voor haar, die ik niet vaak meer zie.
Bewonder de oude kerk vanuit een andere invalshoek als ik verder ga. Ramen met veel glas in lood. Goudverf neemt toe naarmate de afstand tot de vloer groeit. Sfeervolle verlichting maakt meer warmte mogelijk. Witte bloemstukken op de achtergrond beogen nog meer maagdelijkheid. Aan de wanden gedenkstenen van wat ooit als levende betekenis ook indruk maakte. Kleuren zijn overheersend bruin, bijgestaan door verkleurd wit. Een rijk gevoel ervaar ik.
Hier voelt het anders. De omgeving bepaalt het succes van schoonheid. Het hard bankgevoel is geen zit op een rieten stoel, zoals in mijn vertrouwde kerk.

Om tien over een worden de bezoekers opgeluisterd met een recital. De jonge, levendige violiste Jane Gordon speelt werken van Bach en Corelli. Een zwarte jurk, bedekt veel van haar beweeglijk lijf. Zo'n zeventig kerkbezoekers genieten van de muziek. Zij zijn gemiddeld wel boven de vijftig. Een seniorenpubliek, veelal kaal of grijs en wat imponerend buikig.
Mijn gedachten dwalen even af. Denk aan jarenlange oefening om zo viool te kunnen spelen. Ik geloof dan niet in offers brengen, maar in goed doen wat ik graag wil. Zo vergaat het nu ook menige student in de examentijd. Die student laat zien waaruit het onderscheid blijkt. De student is voor het examen geslaagd. De vlag hangt uit. Boekentas en agenda versieren de driekleur. Duizenden zijn geslaagd. De violiste vandaag opnieuw. Zij doet wekelijks examen. Hier in de kerk valt ze op. Een recital in het metrostation brengt ongetwijfeld minder bijval. Dan ervaar ik opnieuw dat de omgeving het succes bepaalt.


Jan van Wijk, 14 juli 2010
 

internationale schoonheid

Bezoek een conferentie over hoger onderwijs. Deze is economisch en internationaal getint. Voertaal Engels, zoals gebruikelijk. Te gast bij de Thames Valley University in Londen. Grote verscheidenheid in presentaties. Heterogeniteit in discussies. Diversiteit in beleving. De een lang aan het woord, een ander met een korte vraag. Velen knikken begrijpend.

Een enkeling kijkt wat verveeld bij het ontbreken aan actief gedrag, of door een lach te veraf. Inhoudelijk wisselend van niveau. Echter, slechts het eigen woord voelt van wezenlijke importantie. Een enkel betoog is boeiend door gepassioneerdheid. Te veel is slaapverwekkend door fantasieloosheid vol van schijnbaar intellect.

Mijn oog valt op een vrouw. Ze zit statig rechtop als een prinses. Lang, zwart haar. Met wat krullen is het de extra versiering van het dak van haar doorgeschoten lijf. Ogen met zwarte omranding. Lippen neigen naar vuurrood, evenals haar lange nagels. De beide wangen kleuren lichtblauw. Ze kijkt me vriendelijk aan. Vier ogen raken aan elkaar vast. Een lachje vergezelt een knikje naar mij. Ik verlaat de blik naar haar gezicht. Zie een smalle hals, slanke armen en nauwe taille. Haar lange benen zijn zichtbaar tot boven de knie. Zwarte, hoge hakken zorgen voor het draagvlak van een opvallende schoonheid.

Even later zit ik naast haar. Raken in gesprek. Kijken elkaar wat langer aan. Vervolgens zwijgen we meer. Ik voel een tinteling. Zij ook? Na wat eten en een drankje zijn we nog enkele uurtjes samen. Morgen de laatste dag van de conferentie. Een internationale schoonheid vliegt dan uit Londen weg.


Jan van Wijk, 7 juli 2010

 

ontlading

Of ik je wil helpen
Natuurlijk wil ik dat.
Eens naar je luisteren?
Vertel maar op.
Tijd voor je maken?
Jazeker.
Wat een vragen van je.
Ik bestel voor ons wat te drinken.
Kijken elkaar aan.
Je begint te vertellen.
Ratelt aan één stuk door.
Zonder ophouden.
Een half uur lang.
Dan bestel ik opnieuw.
Je keel is hoorbaar droog.
De stilte is voelbaar.

Je zit vol emoties.
Uit er zoveel.
Ogen zijn betraand.
Wangen vochtig.
Handen trillen.
Vingers tikken tegen het drinkglas.
Wat ik ervan vind?
Ik vind niet zoveel.
Ach, relaties lopen stuk.
Dat is een gegeven.
Niet elk stel haalt de gouden bruiloft.
Vaak is de weg naar zilver al te lang.
Heftig schok je opnieuw.
Je bent vol van jouw breuk.
Het is niet jouw wens.
Hij vertrekt.
Heeft 'n ander.
Hij is toch de vader van de vier kleintjes.
De oudste zeven, de jongste twee.
De anderen ertussen van vijf en vier jaar.
Hoe nu verder?
Met kinderen, huis en inboedel?
Wat met 't gevoel?
Verdriet, verwerking, verlatenheid,
... Er is zoveel dat in jouw hoofd voor onrust en onzekerheid zorgt.

Dan ga je verder.
Vertelt me nare ervaringen.
Emoties laaien verder op.
Je bent niet te stoppen.
Maar ik wil dat ook niet.
Uit je en gooi 't eruit, flitst het door m'n hoofd.

Wat later barst je in snikken uit.
Je hele lijf schokt.
Ik leg m'n hand op jouw schouder en zwijg.
Je drinkt nog wat water.
Kijkt me aan.
Bedankt me dat ik luister en gelukkig niets zeg.
Alleen luisteren is zo waardevol.
Je voelt de aandacht, zeg je.
Dan glimlach je.
Tranenvloed is gestopt.
Je oogt wat rustiger.
Ik knik je vriendelijk toe.
Je vraagt of ik volgende week hier weer ben.


Jan van Wijk, 2 juli 2010

 

retroprovo

Sinds jaren bezoek ik weer een grote baanatletiekwedstrijd. Ben met een goede vriend, die nog wel training geeft aan gedreven lopers voor de middenafstand. Hij vraagt me enkele weken geleden en ik ga eens mee.
Op de meeting in het Vlaamse Lier zie ik vele bekende gezichten. De naam heb ik niet steeds paraat. Geheugenverlies als gevolg van jaren niet onderhouden contacten. De oorzaak kan ook het klimmen der jaren zijn...
Dit wereldje van alle dagen trainen om topniveau te bereiken, is voor mij nu zo anders. Verbaas me over het lange deelgenootschap en hun jarenlange, doorgedreven passie. Echte trainers en atleten die er voor willen gaan. Ze bestaan nog steeds. Ik zie de liefde voor hun sport stralen.
Zie ook de oud-sportster waarvoor mijn jongste dochter enkele jaren heeft gesupporterd. Dat brengt veel van toen naar het nu. Ik kijk naar de vele vrouwelijke topatleten met het minder dan slankfiguur. Zij kiezen voor het lopen in snelle tijden. Enkele trainers vragen hoe ik het stel. We raken in gesprek. Een ander is benieuwd naar mijn atleten. Of ik ze nog kan bijhouden? Natuurlijk kan ik dat. Ik hoef enkel mezelf niet voorbij te lopen.
Atleten train ik al jaren niet meer. Een keuze voor een ander leven. Door de wedstrijdsfeer, de gesprekken en de belangstelling begint er bij me wat te kriebelen. De te leveren inspanningen met het bijbehorende tijdsbeslag doen mij met beide benen op de grond blijven. Ik vind mijn huidige sociale contacten en mijn pen nu wat waardevoller. Op teveel verliefd zijn, leidt tot verwaarlozing.

Ik ontmoet weer de looptrainer die in coaching altijd heel speciaal is. Hij is nog kleiner en witter dan voorheen. Echter, zijn gesprekswoorden zijn onverminderd van scherpte. Hij begroet me met het unieke woord retroprovo. We raken in een warm gesprek. Praten over het nu. Dat voelt anders dan over vroeger en toen. Ervaar het contact als waardevol. Tijdens het terugrijden galmt retroprovo nog na. Is mijn lange haar voor deze eretitel de aanleiding? Mijn goed vriend zegt bij het uitstappen "Dag, retroprovo!" Ik rijd verder en glimlach om de eretitel. Wat is het leven nu anders ...

 
Jan van Wijk, 22 juni 2010

 

niet alleen

In een groot gezelschap raak ik met haar in gesprek. Vertel wat over mezelf en vraag haar hoe zij het stelt.
Na vijfendertig jaar huwelijk een scheiding. Nu een vriend. Zij wijst hem aan. Ik zie een kalende grijsaard. Dating via internet.
Ken je dat?, vraagt ze.
Is me bekend, antwoord ik alsof ik er al jarenlang ervaring mee heb opgedaan.
Hoe bevalt het? Weer een vraag van mij.
Ik wil niet alleen blijven en kansen krijg ik niet veel.
Oh, zeg ik en vraag haar hoe zij tot elkaar gekomen zijn na het emailcontact.
Een ontmoeting, daarna nog een afspraak en zo is het verder gegaan.
Dat bevalt dan ongetwijfeld goed nu jullie ook hier bijeen zijn, merk ik op.
Nou, dat gaat. Haar reactie is kort, maar er komt meer.
Ben nu zestig. Hij is negen jaar ouder. Voelt zich ook alleen. Ik heb een baan als secretaresse en hij is al jaren met pensioen.
Dat werk past bij haar kleding, make-up en taalgebruik, zeg ik in gedachten.
Wonen jullie al samen? Het is eruit voor ik het me besef.
Nog niet, maar dat komt, repliceert ze snel.
Als ik bij hem ga wonen, reis ik elke dag zo'n tweehonderd kilometer naar m'n werk. Is teveel voor me.
Ik denk dat hij toch ook kan verkassen, maar spreek dit niet uit.
Is hij het nu echt voor je?
Bij deze vraag staat ze langer stil. Ze zwijgt even. Zoekt naar een passend antwoord.
Ach, weet je, ik ben ook niet perfect. Dat is niemand, toch?
Dan lacht ze wat flauwtjes naar me.
Hij kijkt me aan. Het valt hem zeker op dat zijn jongere vrouwtje al even met me in gesprek is.
Zijn gedachten zijn te raden. Denk jij maar, flitst het door mijn hoofd. Hij lacht naar haar.
Ze praten niet. Kijken elkaar aan. Ineens bepaalt hij dat zij opstappen.
Dat verbaast mij niet. Hij wijst haar ook de weg. Komt bij me zo glijerig over, overdreven voorkomend naar haar.
Met een gemaakte lach toont hij zijn onzekerheid.
Zij loopt achter hem. Draait zich nog even om. Wil niet alleen blijven, zegt ze zachtjes tegen me.
Is me wel duidelijk en kijk haar na. Vraag me af waar ze beter mee is. Haar leven, niet het mijne.


Jan van Wijk, 17 juni 2010

 

vriendin van vroeger

Al sinds mijn tienerjaren ken ik je. We komen elkaar na wat jaartjes weer eens tegen. Je oogt wat verdrietig. Raak met je in een lang gesprek.
Je bent net de vijftig gepasseerd. Hebt een feestje voor de halve eeuw gegeven. De stemming is er niet naar geweest. Dan valt er een stilte.

Je zwijgt de problemen in jouw relatie al jaren dood. Om de lieve vrede met hem te bewaren, zeg je me. Beter maar niet over praten.
Wil ik verder zonder verandering?, vraag jij je hardop af. Het is vervolgens enkele minuten stil. Dan praat jij verder, langzaam en bij vlagen met veel emotie. Je vertelt me veel. We praten niet meer. Is al zo lang. Seks met hem is er niet meer. Soms eist hij me op als hij veel gedronken heeft. Mijn afkeer van hem neemt daardoor nog meer toe. Geen lichamelijk contact. Praten is echt verleden tijd. Waar we het nog over hebben is heel basaal als boodschappen, bezoekjes en onze studerende zoon. Dat zijn de gespreksonderwerpjes.
Jij kent me als de vrolijke meid. Ik lach veel. Zo gedraag ik me. Maar dat is niet meer nu. Soms ben ik verdrietig, zoals nu. Ik probeer dat snel te verdrijven met een opgeroepen lach. Dat lukt me niet meer zo goed. Jij vindt me zeker onrustig. Ik kan volop praten over werk, familieleden, vrienden en vriendinnen. Echter, niet over hem. Ik klap dan dicht.
Ik ga meer uit dan ooit. Maak eens een reisje. Bezoek musea hier en daar en ga met een vriendin naar de film. Heb graag lieve mensen om me heen. Krijg dan vaak andere gedachten. Alleen die duren maar kort. Wat zou ik moeten doen? Voel me zo moe.
Er valt opnieuw een stilte ...

Vraag haar of ze echt zichzelf is. Vind je jouw leven belangrijk? Het zijn mijn woorden zonder antwoord.
Waar is de tijd dat wij samen naar popconcerten zijn gegaan?


Jan van Wijk, 7 juni 2010

bestelling

Hij zit op een zonnig terras. Ogen gesloten, mond open. Gezicht krijgt stralen om te kleuren. Armen geheel ontbloot. Zijn al wat rood gekleurd. Ik zie hem wat later opnieuw een triple bestellen. Kijkt nu wat meer wazig uit de ogen. De kortgerokte serveerster glimlacht naar hem. Zijn ogen vallen op haar lange benen. Denkt er allicht wat bij. Raakt met haar in gesprek.
"Wat doe je vanavond?", hoor ik hem vragen.
"Werken, meneer." Dat is haar reactie die hem zichtbaar teleurstelt.
"Daarna?, gaat hij door en kijkt haar verlangend aan. "Mooie benen heb je!", complimenteert hij. "Dank u.", is de reactie. "Zeg, wat doe je hier eigenlijk?", gaat hij verder. "Werken, meneer. Wilt u nog iets?" Haar woorden klinken beleefd. "Ja, ik wil nog iets. Ik wil jou!", antwoordt hij luid. "Dat is niet te bestellen, meneer". Ze draait zich om en gaat naar een ander tafeltje. Dan staat hij langzaam op. Zoekt naar wat evenwicht. Zet drie stappen tot bij haar.

"Moordwijf.", komt duidelijk tussen zijn tanden naar buiten. Hij legt zijn hand op haar schouder. Trekt haar naar zich toe. "Zo is het genoeg!", hoor ik haar zeggen en haar lange benen brengen haar snel naar binnen. "Trut.", foetert hij hardop en slentert, wat onevenwichtig, weg. Ik kijk hem lang na. Hij stapt zo traag en oogt opvallend eenzaam. Dit terras heeft nu voor hem geen toekomst. Vraag me af welke toekomst er voor hem is ...


Jan van Wijk, 1 juni 2010

 

samen

Ik zit met een half vol glas voor me. Zie vele mensen voorbijgaan. Er zijn ook bekenden bij. Veelal is het vrouw en man. Soms man en man en wat vaker vrouw en vrouw. Ik kijk hoe ze samen zijn. Weinig of veel pratend. Wel of niet oog voor elkaar. De hand vasthouden of niet. Snel stappend of weinig tempo. Vrolijk gezicht, strak kijkend of ongeïnteresseerd. Opvallend is dat weinigen echt contact met elkaar hebben. Wie heeft nu belangstelling voor de ander? Wie wil warmte geven en ontvangen? Wie zijn nu echt samen?

Mijn oog valt op een wat ouder stel. Hij met stok, zij heeft hem als geleide. Traag gaan ze samen over het plein. Om de tien meter staan ze even stil. Hij kijkt dan naar haar. Zegt wat. Zij lacht. Weer zo'n tien meter verder herhaalt zich dat. Opnieuw wat verder. Zij kijken elkaar aan. Staan langer stil. Hij zegt wat. Ik raad de woorden. Zij glimlacht. Een flauw lachje bij hem. Dan steunt ze op hem. Leunt wat zwaarder tegen hem aan. Ze valt. Hij staat. Probeert te bukken. Mensen stromen toe. Even later de auto van de ambulancedienst. Zij wordt gedragen. Hij ondersteunt. Ziet asgrauw. Hoe lang zijn zij nog samen?


Jan van Wijk,
27 mei 2010

 

op een terras

Mijn stad telt de nodige cafés. Wel minder dan jaren terug, maar nog steeds veel in getal. Een café heeft van oudsher een sterke sociale functie in de samenleving. Er worden woorden gezegd, bier, wijn en ander vocht gedronken en veel gekeken, geluisterd en gelachen. Of het nu op de Grote Markt is, of op een ander plein, mijn stad kent veel gelegenheden voor een drankje, praatje of voor genieten zonder gezeur. Bij wat zon zit ik op een terras, anders achter glas. Steeds wel met het gevoel van ik ben hier thuis. Dat doet me veel. Imponeert me. Nodigt me uit om deelgenoot te zijn van dit rijke leven. Ik kijk om me heen, hier op een groot terras. Velen drinken bier, een enkeling wijn of 'n jonge en ik zit aan een frisdrank. Krijg het warme gevoel dat hier veel mensen zijn die de sfeer willen meemaken van gezellig samen zijn. Mijn stad geeft immers veel warmte voor het krijgen van een goed gevoel. Ik draai me om. Zie een slanke, kortgerokte vrouw. Ze kijkt naar me. Wat een rijkdom hier op het terras. Ik verkies toch andere rijkdom. Kijk wat verder en naar heel dichtbij. Mijn oog valt op een vrouw van goed veertig. Even later raak ik met haar in gesprek. Ze komt hier voor het eerst. Kent de stad niet. We raken verder in gesprek. Vraag haar of ze een stadwandeling wil. Ze pakt mijn hand. We verlaten het terras.

Jan van Wijk, 18 mei 2010

 

eindpunt

Ik kijk terug naar haar leven. Jarenlang in een rolstoel. Beperkt in haar fysieke mogelijkheden. Zo gaat dat ... jaar na jaar. Haar leven gaat niet over rozen. Dan komt een nieuwe vriend in haar leven. In hem vindt ze een lief, zorgzaam maatje. Steeds dichter komen zij tot elkaar. Ieder brengt verleden mee, die hen als rijkdom aan ervaring vergezelt. Zij brengt meer beweging in haar leven met hem. Echter, haar fysieke ongemak neemt in de loop van de jaren toe. Beperkingen begrenzen meer en meer haar doen en laten. Dat werkt door, ook in haar stemmingen. Het lichaam geeft steeds meer signalen dat haar lijf last heeft van ernstige storingen.

Langzaam maar zeker beseft zij dat er geen beterschap is. De pijn neemt toe, de medicatie ook. Voortdurend pijn voelen ontaardt in een lijdensweg. Ook hij heeft het er moeilijk mee. Voelt zich machteloos. Staat haar bij waar hij kan. Het wordt veel artsen en medisch specialisten bezoeken. Ook menig ziekenhuis wordt van binnen gezien. Een recept voor haar is er niet. Dan komt haar nadrukkelijk voor ogen dat er geen verbetering komt. Ze voelt zich in een doodlopende straat. Er is daar niet veel te zien.
De regie over haar leven houden, is hetgeen ze wil. Ze besluit zelf voor het eindpunt te zorgen. Enkele dagen later is de uitvaart voorbij.

Herinneringen aan haar zijn er volop. Als je luistert, hoor je haar. Zie je haar in gedachten. Ze is mentaal een krachtige vrouw, die weet wat ze wil. Zelden een blad voor de mond neemt. Zegt waar het, volgens haar, op staat. Confrontatie mijdt ze daarbij niet. Soms kiest ze voor het zwijgen. Hij geeft haar veel warmte en zij aan hem. Zo zijn zij zo'n vijftien jaar samen. Delen werkelijk veel lief en leed. Ze maken ook uitstapjes, genieten daarvan. Ontvangen veel bezoek en maken het fijn samen. Ze regelt veel, stuurt en wijst de weg. Ze voelt zich goed bij hem.
Ze is een bijzondere vrouw, die kleur aan haar leven geeft en aan een ieder die vaker bij haar komt. Nu is het over. Het is echt voorbij.

Ik kijk terug. Zie verder en mijn gevoel zegt dat zij haar keuze heeft kunnen maken. De doodlopende straat is geëindigd met een uitvaart.


Jan van Wijk, 7 mei 2010
 

doodlopende straat.

Je zit naast me. Jij aan het bier, ik aan de rode wijn. Jij vertelt, ik luister. Jij zegt veel, ik niets.
Jouw verhaal is er een om goed naar te luisteren. Je hebt zoveel liefde te geven en wil zo graag liefde ontvangen. Je uit jouw gevoelens. Jouw verhaal. Jouw droom...

Een droom opgeven, die ik najaag?
Vraag mezelf af, of het zinvol is te volharden in mijn gedrevenheid om hem weer de mijne te laten worden?
Wat anderen zeggen is een antwoord op een vraag die ik hen niet stel. Stoppen omdat mijn gevoel is dat ik al teveel heb geïnvesteerd, is niet aan de orde. Bloed, zweet en tranen die zijn geweest, krijg ik niet terug. Moet ik dan voorkomen dat er nog meer vergeefse energie verdwijnt in het najagen van de droom?
Denk ik teveel? Heb tranen in overvloed en onrust in mijn snelkloppend hart. Rust in mijn hoofd heb ik niet. Ik laat me meeslepen in mijn liefde voor hem. Ben bijna veertig. Twee kinderen, een van vijf en een van drie. Waarom heeft hij me verlaten? Voor haar? Is dat zijn toekomst?
Ik wil met hem verder. Kom lieverd, kom terug! Veel meer gedachten heb ik niet. De gedachten komen steeds terug. Alleen hij niet. Hij is weg. Voel me in een doodlopende straat. Wil me staande houden, maar voel me wankelen. Voor andere ambities kiezen, zegt mijn vriendin. Maar ik heb maar één ambitie! Met hem verder! Nog heel lang. Met mij is er toch toekomst. Hij zei het me zo vaak. Ik geloof het nog. Echter, naarmate mijn bed langer leger voelt, nemen mijn tranen af. Ik wil weg uit deze doodlopende straat. Dan huilt mijn jongste dochter. Zij heeft me nodig. Elke dag.

Je zwijgt nu ook. Bent op. Jouw verhaal heb je verteld.


Jan van Wijk, 7 mei 2010

 

Waarnemen

Ik schrijf veel teksten in een café op de Grote Markt van mijn Bourgondische stad. Mijn stad heeft zoveel historie te vertellen van vele eeuwen terug tot nu.
Bij wat zon en beschutting zit ik buiten op een vol terras. Anders ben ik binnen. Zit dan voor het hoge raam en zie wat passeert. Ook luister ik naar de zovele geluiden. Dan hoor ik een bekende stem, waarvan ik huiver. Jou hoor ik luid pratend en wat hard roepend. Later een zachte toon met veel intimiteit. Ook dat is van een historie tot nu.

In deze stad voel ik mijn wereld. Ik observeer, luister en kijk herhaaldelijk naar wat hier gebeurt. Laat geluiden tot mij komen. Veel wat zich afspeelt is te zien. Ik geniet van hetgeen rondom mij als een fascinerende wereld langzaam aan mij voorbijtrekt. Dan zie ik jou weer. Ik vraag mij af waarom jij wil dat ik je zie?
Ik kijk in jouw ogen. Vier starende ogen raken elkaar. Er wordt veel gezegd zonder dat woorden worden gesproken. Veel neem ik van je waar. Je kijkt wat onrustig. Wangen zijn iets ingevallen. Je bent zeker enkele kilo's lichter. Jouw benen ogen slanker dan ooit. Een wat vermoeide indruk maak je op me. Heb dan ook zorg om je. Ik vraag hoe je het stelt, wat er is, of je pijn hebt. Je zwijgt. Dan zie ik een traan op jouw wang. Jij en ik zwijgen. Ik kijk je wat langer aan. Neem je andermaal nauwkeurig waar. Het is alsof ik jouw pijn voel. Je staat op en ik staar je na. Waar gaat jouw reis heen?

Jan van Wijk, 27 april 2010
 

schijn van daadkracht

Verkiezingen naderen. Programmapunten worden concreter tijdens menig debat. Een onderwerp dat bij vele partijen terugkomt is veiligheid. Gaat het dan niet meer over veilig gevoel? Het is een vraag van je.

Menige burger voelt zich niet veilig en is bang. Politici spelen hier handig op in met menige verkiezingsbelofte als extra agenten op straat. Verder ook uitlatingen over strenger straffen en verhogen van de pakkans. De retoriek herhaalt zich als een refrein op weg  naar de stembus. Politici komen met stoere voorstellen. Zij tonen de schijn van daadkracht. Waarom? Omdat veel burgers zich onveilig voelen? De misdaad bestrijden? Dat zou volgens velen moeten, maar kan dat wel? Vragen die jou bezig houden.

De criminaliteit is en blijft hoog. Geregistreerde misdrijven stijgen, omdat er vaker aangifte wordt gedaan. De politiedienst wordt meer en meer een passieve klachtenbus met een dalend ophelderingspercentage van gepleegde misdrijven. Daar komt nog bij dat een overbelast rechtssysteem tot weinig veroordelingen leidt. Dit al zeg je me. Jij, een krachtige vrouw van bijna negentig, die het nieuws bijhoudt, de actualiteiten volgt en politieke uitzendingen niet mist.
Je zit op jouw praatstoel en vervolgt met jouw beeld over vermeende veiligheidslogans en de politieke schijn van daadkracht. Je hebt het ook over preventieve maatregelen, zoals straatcamera's die een sterke opkomst kennen. Die camera's geven voor menigeen een veilig gevoel. Maar toch ... Het verbaast je niet dat jouw vriendinnen, waarvan de jongste achtenzeventig is, na vijf uur in de middag niet meer uit huis gaan. Je praat veel met hen over vermeende veiligheid. Je hebt niet alleen het beeld dat het veilig gevoel tanende is, maar ook het besef dat oplossingen niet veel omwentelingen brengen. Zijn het dan wel oplossingen? Als je zo praat met je vriendinnen is het net of je weer volop politiek actief bent. Het lijkt dan op vroeger.
Vroeger ... dat wijkt zo af van het nu en dat in velerlei opzichten.
Toen de deur zelden op slot, het hek vaak open en nog even langs bij jouw vriendin na het nieuws van acht uur. Dat maak je nu niet meer mee. En zo kan je nog veel van vroeger noemen dat nu anders is.

Dan wordt er aangebeld. Het is iets na zes uur. Je doet niet open. De telefoon gaat. Oma, ik ben het. Sta voor de deur. Je gaat de gang in. Draait de sleutel naar links. Voorzichtig doe je open.

Jan van Wijk, 20 april 2010

 

Trotse moeder

Ze ondergaat twee levensbedreigende ingrepen. Ze is vijftien jaar. Een gesprongen blinde darm veroorzaakt hevige onrust, spanning, angst, ... Het ontaardt in een buikvliesontsteking met aangetaste darmen en twee flinke abcessen aan de buikvlieswand. Darmen worden schoongemaakt. Dagenlang hoge koorts. Er is nauwelijks contact met haar te krijgen. Het draineren verloopt niet voorspoedig. Twijfel heerst. Gaar ze het redden? De afdeling intensieve zorg staat onder hoogspanning. Ze klopt tweemaal aan de hemelpoort. Komt er boven niet in. Het voelt als een niet eindigende marathon. Wie biedt hulp? Dan verandert het beeld heel langzaam. Ze krabbelt op. Wat is de schade? Blijvend letsel?

Wat jaren later ...
Na enkele vrienden, die komen en gaan, weer een jongeman en nog een. Zo gaat dat bij menige jonge vrouw. De tijd doet zijn werk. Ze studeert verder. Nog een andere studie in het hoger onderwijs en nog een. Ze is zo gedreven. Komt een echte vriend in haar leven. De ware? Inmiddels is ze half in de twintig. De relatie houdt stand. Blijkt serieus. Duurt dan ook voort.

Weer wat later ...
Bijna dertig is ze. In blijde verwachting is het nieuws. Dat ze toch nog in verwachting kan raken is al een wonder. Wellicht ook voor hem. Maanden verder ligt er een klein wicht in haar armen. Haar dochter. Het is een wolk van een meid, die kleine spruit. Met alles er op en er aan. Ze weegt zowat niets. Voelt als een veertje. Het is echt. Het lijkt wel een wonder. Het kleine meisje en de voorgeschiedenis lijken wel op iets van de goddelijke barmhartigheid. De blik in haar ogen is die van een trotse, jonge moeder. Haar blijdschap is ongekend voelbaar.


Jan van Wijk, 12 april 2010


 

laatste dagen

Je hebt nog een paar maanden. Dat is je verteld door de behandelend specialist. Je voelt je thuis een last voor de ander. De wens om thuis te kunnen sterven is te hoog gegrepen. Het is niet haalbaar om temidden van hen die je lief zijn heen te gaan. De omgeving die jou zo vertrouwd is, maakt plaats voor wat anders. Een hospies biedt uitkomst. Dat je dit op je bijna vijfenzeventig nog meemaakt.
Je voldoet aan de eis van nog maar enkele weken hier te zijn. Je geeft aan wat je wenst en nodig hebt, om je heen wil hebben, hoe je de dag wil doorbrengen en ... hoe je afscheid wil nemen. Goed dat jouw partner er is, want niet op alle vragen heb je meteen een antwoord.
Je zegt hoe laat je wil opstaan, wil gaan slapen, wat je wil eten, welke muziek je wil horen, wie je wenst te ontvangen en met wie je wil bellen. Je naasten zijn welkom, zolang jij 't wil.
Jouw verjaardag wil je nog vieren. Over een week word je vijfenzeventig. Een feestje als afscheid. Dat hoort bij jouw einde.
Het leven is over. Je zegt dat je het zo voelt. Genieten doe je van elk bezoek. Echter, de pijn houdt aan, gaat niet over, is steeds meer voelbaar en je denkt ... nog even.

Een vast team van verpleegkundigen is vierentwintig uur per dag aanwezig. Elke zuster of broeder is getraind in palliatieve zorgverlening. Een vrijwilliger is slaapwacht. Er is ook een kookvrijwilliger en je kan een beroep doen op een gastvrouw.
Je wil niet alleen wat eten en drinken, een goed gesprek, maar ook vertrouwde sex nu het nog genietbaar is en je de warmte van jouw partner voelt. Dat zie en voel jij tevens als terminale zorg. In deze laatste dagen wil je ook als mens leven.
Dagelijks komen een arts en priester langs. Zij kunnen niet veel meer doen dan een gesprekje met je. Je waardeert dat. Je kijkt uit naar de komst van jouw partner. Vanaf morgen ben je dag en nacht in vertrouwd gezelschap. Dat verlicht jouw pijn. Jouw dierbare levert ook strijd in de stervensbegeleiding, ook al merk je dat dit niet zijn roeping is. Morgen komen ook kapster en pedicure. Je wilt straks keurig liggen, als je afscheidsbezoekjes krijgt.


Jan van Wijk, 5 april 2010

 

afscheid

Je neemt afscheid. Het is je laatste werkdag. Een receptie als werkdag. Collega's,
leveranciers, afnemers, kinderen en eega zijn de getuigen. De directeur houdt een toespraak. Woorden zijn wat formeel. Voelen afstandelijk. Jouw directe collega en kamergenoot houdt een humoristische speech. Hij krijgt de lachers op zijn hand. Je verwacht zijn woorden. Je kent elkaar al jaren.
Dan neemt een jongere collega het woord.
Hij zegt: "Je bent zo lang en intensief in de weer voor ons bedrijf. Je hebt heel wat functies bekleed met allerlei activiteiten. De wijze waarop je de werkzaamheden oppakt en aanpakt geeft jouw gedrevenheid weer. Zo heb ik dat ervaren. Je doet je werk met de kracht van voortvarendheid. In jouw contacten, zo divers, ben je steeds bij de les. Een stapje verder komen is het doel. Jij manoeuvreert zo tactvol. Als ik je meemaak in verschillende functies, dan ervaar ik een warme, belangstellende en zorgzame man. Zo ben jij. En ... nu ik je meer en meer beter heb leren kennen, krijg ik opnieuw het gevoel dat je een prachtmens bent. Ik ben dan blij dat je een deel van m'n leven bent. Zo zie ik jou."
Dan is het stil. Je bedankt met weinig woorden op ontroerende wijze de jongere collega voor zijn toespraak. Je hebt hem twee jaar in coaching gehad. Hij ziet een traan bij je. Je kan verder geen woord uitbrengen. Jouw vrouw staat naar je te kijken. Jouw zoon knikt naar je. De dochter lacht je toe. Je voelt dat dit de laatste uren in het bedrijf zijn. Veertig jaar ben je hier geweest. Nu ben je half de zestig. Tijd voor een ander leven vol onbekendheid. Dat voelt weinig vertrouwd. Je gaat naar de microfoon. Je zegt iets, dat als grappig is bedoeld, alleen niemand lacht. Je kijkt onzeker om je heen. Ziet haar verlegen naar je glimlachen.


Jan van Wijk, 30 maart 2010
 

groeiend besef

Ben jij ervan overtuigd, dat ik voor jou de ware ben? Heb jij liefde vol verlangen, of een hunkering naar iets dat niets met die ander te maken heeft? Wil jij één worden met mij?
Je zegt, dat je niet afgewezen wil worden als zich de ideale eenheid aandient.

Je denkt aan jouw pa. Zijn huwelijk met jouw ma is verre van top. De rolverdeling zo klassiek. Pa werkt hard, vele jaren achtereen. De opvoeding van de kinderen is voor ma. Voor haar ook veel drukte. Jouw pa is er bijna nooit. Je praat niet echt met hem. Weet hij wat warmte in huis is?

Je hoort van het overspel van jouw pa. Hij werkt veel, maakt steeds overuren om jou te laten studeren. In de avond komt hij steeds later thuis. Dat valt je op.
Jouw pa onderneemt niets met je en jouw broer. Vragen stelt hij niet. In huis wordt 't steeds stiller. De aandacht die je van hem wil, krijg je niet.
Je bent dertig. Pa en ma half in de vijftig. En ... jouw ma stuurt pa weg. Ma is zijn gedrag meer dan zat. Een vriendin van je zegt dat jouw pa een ander van nog geen veertig heeft. De scheiding komt. Jij en jouw broer kiezen voor ma. Ma heeft immers veel verdriet. Voelt zich door pa in de steek gelaten.

Jaren later heb je spijt van jouw keuze. Pa is uit beeld, alsof de begrafenis al lang achter de rug is. Ma kruipt jaren in de slachtofferrol. Ze zegt dat hij haar leven heeft verwoest. Ma blijft hangen in haar gemaakte wereld. Zet geen verdere stappen. Zij treurt en uit teleurstellingen, dag na dag. Jij aanhoort dat keer op keer. Jarenlang. Je hebt met pa geen contact. Wat drijft hem?  Je stelt jezelf deze vraag, niet aan hem...

Het is nu lang geleden. Vele jaren zijn verstreken. Het vuur tussen je en jouw man is gedoofd. Jij wil anders handelen dan jouw pa en ma. Je besluit te scheiden. Jouw liefde staat niet meer in bloei. Je hakt de knoop door en geniet daardoor al meer van de eigen warmte. Dan ontmoet je mij.
Meer dan vijftien jaar heb jij jouw pa niet gezien. Nu jezelf bent gescheiden, vraag jij je af hoe het met hem gaat.


Jan van Wijk
 

bidden

Ik bid elke dag. Jij ook?
Doe dat op mijn manier. Niet met m'n handen gevouwen. Geen God aanroepen. Geen grijsgedraaid "Onze Vader". Ook geen "Wees Gegroet". Ik bid anders. Tot iets specifieks wat ik niet kan plaatsen.

Ik hoor dat velen vooral voor zichzelf bidden. Dat doe ik niet. Sinds al heel wat jaren is dat zo. Op de voorgrond staat bij me dat het goed gaat met hen die dichtbij me staan.
Dat bidden is ooit anders geweest. Jaren terug allereerst bidden om genezing. Mijn benauwdheid speelt me parten sinds mijn geboorte. Kortademigheid remt me voortdurend. Nu bid ik niet meer om genezing. Heb het nog steeds benauwd. Bij vlagen wat meer, nadien weer minder.
Ik ervaar steun, krijg kracht en innerlijke rust door mijn manier van bidden. Zo kan ik beter omgaan met datgene wat op mijn pad komt.

Naar de kerk ga ik nog steeds. Vrijwel elke week. Regelmatig dus. Niet om op klassieke wijze te bidden, maar om wat reflectie en om te danken. Ik beleef het leven immers als goed voor me. Ik dank voor de context die ik verkies met vele mensen om me heen.
Voor een die mij dierbaar is, steek ik in de kerk een kaarsje aan. Steeds met een intentie. Vaak is dat voor een vrouw waar ik wat mee heb en die een steuntje kan gebruiken. Dat kaarsje is dan voor een lieve vriendin, een oudere vrouw, een goede vriend, mijn kinderen en kleinkind, of voor een ander familielid. Door dat licht van het brandende kaarsje geloof ik in verlichting voor het leven van de ander. Voor mezelf geen kaarsje. Een ander heeft 't moeilijker dan ik. Die heeft een steuntje nodig, is mijn gedachte.

Bidden doe ik vaak 's avonds in bed. Ik moet dan wel alleen liggen. Ik geloof in een hoger bewustzijn in welke gedaante dan ook. Weet je, in mijn meeste gebeden denk ik aan hetgeen is gebeurd. Dat is dan wat verleden in het huidig leven. Met name heb ik dan een ander in mijn hoofd. Ik bid dan voor anderen heel specifiek.
Zo bid ik voor een vriendin in roerige tijden. Zij met haar kinderen en haar nog steeds opdringerige, vroegere echtgenoot. Een andere vriendin leeft onder spanning van de gevolgen van een relatie. Weer een ander gaat gebukt onder angst en moedeloosheid voor morgen. Kijk, die goede mensen hebben een steuntje nodig, alleen hoeven zij niet te weten dat ik voor hen bid.


Jan van Wijk

 

gezond oud

Jouw dochter heeft je gevraagd mee te gaan naar een lectorale rede. Het onderwerp is vernieuwing in de zorg. Dat spreekt je aan. Je bent immers half in de tachtig en jouw dochter participeert in de kenniskring van het lectoraat op de hogeschool. Je vindt haar nog steeds jong, ook al is ze de vijftig al gepasseerd.

Voor jou is de kwaliteit van leven het belangrijkste, dat niet alleen omdat je op hoge leeftijd nog zelfstandig woont, maar ook omdat je bij de tijd wil blijven met lichaam en geest. Je hebt oog voor jouw gezondheid, psychisch welbevinden en sociale contacten. Door het werk van jouw dochter heeft zij het met je vaak over de focus in de gezondheidssector.

Zorg voor gezondheid spreekt je zeer aan. Er is dan nog grote gezondheidswinst te behalen, hoor je haar zeggen. Met jouw dochter ben jij het eens dat er steeds meer mensen overtuigd raken van het feit dat gezondheid maakbaar is. Dat vereist een andere aanpak en andere keuzes dan de huidige ziektezorg biedt. Zorgvernieuwing is dan ook een term die goed bij je valt. Ook al ben je in leeftijd niet de jongste, wel sta je nog steeds open voor vernieuwing, als deze tot verbetering leidt. Je denkt dan aan lichamelijk, geestelijk en sociaal gezonder oud worden. Je deelt de mening van jouw dochter dat ziektes voorkomen moeten worden. Gezondheid ligt dan steeds verder af van ziekte. De maakbaarheid van gezondheid is een kans op meer gezondheid, zegt zij. Dat heeft ook met jouw levenswijze te maken, ook dat zegt ze je. Dat is meer dan gezondheidswinst behalen door te bewegen.

Jouw dochter vertelt dat zij op zoek is naar het begrijpen van de relatie tussen gezondheid en bewegen. Inmiddels ben je ervan overtuigd dat cultuur en traditie in de samenleving leidt tot verandering in bewegen. Ma, activiteit is de motor die je staande houdt, hoor je haar zeggen. Dat doet je denken aan positief oud worden. Het beeld moet wel veranderen. Vijf minuten bewegen per dag in een verpleeghuis is toch echt wat weinig. Zijn er dan wel echte professionals in tehuizen? Op mezelf blijven wonen, flitst 't door je hoofd.

Jouw dochter van drie-en-vijftig zet je aan het denken. Je praat met haar over ouder worden. Je eet veel fruit, groenten en vis. Met bewegen, een uur wandelen per dag met een jongeman van nog net geen tachtig, voel jij je jonger dan ooit.
Hij komt weer bij je langs. Gaan we?, vraagt hij. Je doet een lange jas aan. Kijkt elkaar aan. Wat oogt hij jong en vriendelijk. Zou hij ...


Jan van Wijk
 

HAAR  KEUZE

Ze is inmiddels iets meer dan vier keer twintig,
volgt het nieuws elke dag via teevee en krant.
Morgen wil ze weer naar de stembus,
stemmen op een vrouw, zoals steeds,
gewoon omdat er teveel mannen zijn
en vrouwen die 't steeds beter doen.

Ze denkt terug aan haar jongere jaren,
toen ze meer politieke interesse had,
hij moest daar echt niets van hebben
en er kwam dan ook bitter weinig van.
Ze herinnert zich ook die ene keer,
dat ze hem zei op wie ze had gestemd
en de reactie "hoe kom je daar nu bij?",
was voor haar reden nog meer te zwijgen.

Een affiche heeft ze niet aan het raam,
nu zou ze dat wel aandurven,
menigeen zou wel opkijken van de kleur,
geen groen, geen oranje en zeker geen blauw,
hij zou het eens moeten weten...

Morgen stemmen als haar rechtervoet 't toelaat,
die sleept wat meer sinds een paar weken.
Ach, de wachtlijst voor het tehuis is zo lang,
dat is wellicht nooit meer een optie.
Nog één nachtje slapen, dan 't stemhokje in,
haar keus, die staat vast, morgen is het rood.


Jan van Wijk, 2 maart 2010
 

sta in brand

Ik zit op een overdekt terras. Een vrouw vraagt me of ze bij me mag komen zitten, omdat ze mij ziet schrijven.
Haar verhaal barst los ...

Ken je me? Ik wil me wel even voorstellen. Mijn naam doet niet ter zake. Wat ik doe voor de kost ook niet. Verder zijn mijn vrije tijdsactiviteiten niet relevant. En mijn liefdesleven is enkel voor mijn vriend en mij. Er valt dus niet veel te vertellen.
Wat wel? Wat ik nog meer doe? Kom, drinken we nog wat hier?
Weet je, ik vreet letters. Herkauw ze. Spuug ze als woorden uit. Soms als een lavastroom. Van die hete brij vormen zich zinnen. Door afkoeling veranderen die in teksten. Gedichten.

Bij mij brandt het voortdurend. Hevig. Onbeheersbaar. Kijk om me heen. Hoor wat. Luister als het voor me waarde heeft. Er wordt immers zoveel gezegd.
Het rammelt in mijn hoofd. Denk aan de onbestaande ware waarheid. Deze verdient echt bestaansrecht. Voor mij is deze waarheid warmte. Dat gekoppeld aan beleving maakt het leven waardevol. Ik ga voor de waarheid. Dat is de reden dat ik schrijf. Ook al doen mijn woorden niet veel of soms teveel. Dat is niet mijn probleem, denk ik dan. Ik zie dat niet als toeval. Een gedicht valt me immers toe.
Ik brand van binnen. Wat een warmte in mijn lijf! Ik pook dat vuur verder op. Weet je hoe dat vuur voelt? De vlammen zijn fel en komen hoog. Zij braken gevoel. Gevoel uiten, daar gaat het bij me om. Er komt me zoveel ter ore. Voortdurend worden nieuwe gedichten geboren. Deze ontstaan spontaan. Wil jij ook een vuurtje ...?

Het is even stil. Ik schrijf ook, is mijn antwoord.


Jan van Wijk

orthorexia

Je bent half de dertig. Een hogere opleiding, goede baan. Je bent kritisch op jezelf, op wat je doet en eet. Je streeft al lang naar perfectie.
Ideeën over gezondheid heb je volop. Weet wat je wel kan eten en ook wanneer. Duidelijk ben je. Na 's middags vier uur niets meer nodig. Voor dat tijdstip wel steeds veel kauwen als je wat eet. Je neemt daartoe de tijd, zoals ook voor het kijken naar jouw lichaam.

Met vlees eten ben je al even gestopt. Vlees komt uit de bio-industrie en deze wijs je categorisch af. Verder ...? Suiker is vergif. Zout is verbannen. Chocolade is voor een ander. Melk drink je al maanden niet meer. Halvarine en brood zijn sinds kort taboe. Groene groenten mogen nog in jouw opvallend dwangmatig gedrag.

Je stelt eisen aan jouw eten. Ziet dit als een levensovertuiging. Je slikt enkel dat wat je verantwoord vindt. Je hoort dat je bleek ziet, hologig oogt, mager toont en vreselijk dun bent. Je valt veel af, maar dat is niet het motief. Je krijgt te horen van orthorexia. Waarom? Omdat je veel voedingsmiddelen mijdt? " Laat me!", heb je al vaak gezegd tegen een ieder die zich uit.
Je zegt me, dat je angst voor menig product hebt. Controle over jouw voeding wil houden.
"Is daar iets mis mee?", vraag je me indringend.
Gezond eten is al wat je wilt en je houdt van jouw lichaam. Ik denk dit, maar zwijg.
"Laat me met rust", zeg je en draait je om.


Jan van Wijk

 

zonder ouders

Vorige week de beurt aan jouw pa.
Ma is er al vijf jaar niet meer.
Je kijkt me aan. Ook jij nu zonder ouders.
Dat voelt leeg.
Vandaag is het huis leeggeruimd. Kleding en huisraad naar een goed doel.
Niet alles is weggegeven...

Bij het leeghalen van menig laatje kijk je op. Een foto van ver terug. Die zie je voor het eerst. Je ma en pa bijeen.
Verrast raak je ook door een vergeeld briefje. Woorden van je ma aan je pa. Ze vindt hem zo bijzonder. Opvallend vind jij dat je ma zich zo uit. "Is dit nu mijn ma?", vraag jij je af. Het is nieuw voor je.
Dan valt je oog op een kleine envelop. Je maakt die open. Leest met nauwelijks te onderdrukken spanning. Het is een brief van je pa. Je ziet de datum. Nog voor hun trouwdag. Enkele korte zinnen. Echt je pa. Hij uit zijn gevoel voor de vrouw die jou later baart. Je gaat erbij zitten. Tranen komen op. Naar overleden ouders kijk je immers anders...

Verder ga je in de kast. Opent de lade die altijd dicht lijkt. Je ziet een donkerbruin kistje. Het is op slot. Achterin de lade vind je een sleutel. Die past. Opent het kistje. Ziet twee ringen. Data leiden je verder. Ringen van pa's eerste huwelijk. Dan komt een verhaal binnen. Het is je één keer verteld door je pa. Bij navraag steeds het antwoord: "Dat is voorbij." Een ongeluk. Je weet het weer. Je neemt de kostbaarheden mee. Voor jou zijn het net zeldzame diamanten. Voor een ander kraaltjes van glas. Dat je dit op je vijfenzestigste mee mag maken.


Jan van Wijk

 

kerstbezoek

Je nodigt me uit voor kerstmis,
wat drinken, een hapje, of meer?
Je verlangt naar warmte door woorden,
een veelheid zonder ooit een grens.

De kerstboom staat weer opgetuigd,
kerststal met vele beelden eronder,
wat versiering van rood en groen
tegen muren en langs deurstijlen,
vele lichtjes aan de hoge ramen
en dat al voor sfeervolle dagen.
Bij de kerststal liggen enkele pakjes,
er staan namen op, ook die van mij.
Waarom verwen jij me toch zo?
Van mij verwacht je wat belangstelling,
dat is voor mij oké. Of toch nog meer?

Jij voelt uit liefde en voor liefde,
denkt zowat alles in oprechte liefde,
omdat je houdt van fijn gevoel,
eerlijke warmte en opwindende passie.
Je geniet van sensuele schoonheid,
die zinnenprikkelend is, grenzen verlegt,
jou menig keer in hogere sferen brengt.
Je omarmt stevig mooie momenten,
waarbij jij je steeds merkbaar veilig voelt.
Belangrijk is voor je dat je beleving ervaart,
wordt geraakt, dat je weer warm wordt.
Dan open jij jouw hart voor jouw liefde,
dat als een kerstlicht wordt ontstoken.
 


Jan van Wijk

 

duurzaam zorgen

Jouw zwangerschap is zoals de eerste keer,
de bevalling verloopt opnieuw voorspoedig.
Dan de eerste blik, een verwondering,
die met de dag meer groeit. Wat heeft ze?

De kleine heeft 'n verstandelijke beperking,
groeit lichamelijk zoals al de anderen,
in haar hoofd blijft ze nog geen drie.
In het begin overheerst verdriet, heel heftig,
wat later slaat het om, wordt zonniger.
Je kent jouw dochter, zij voelt jou,
er is een innige gevoelsband gegroeid,
die door niemand te verbeteren is,
jij en jouw dochter, een vertrouwd span.

Jouw man heeft veel moeite met haar,
hij voelt zich niet meer de eerste,
liefde verdwijnt, relatie loopt averij op.
Jij bent er voor haar, zij heeft 't nodig
en hij vertrekt met de oudste dochter.

Je ontvangt een persoonsgebonden budget,
met wat alimentatie is het net te doen,
zo is het nu al jaren, dat went ook.
Fysiek is 't steeds zwaarder, mentaal anders,
alleen laat je haar niet, bindt ze in bed vast.
Hulptypen te over als sterke steun:
persoonlijk, huishoudelijk, psychisch
en medisch, deskundigen veel in getal.
Je wilt door hen wel gehoord worden,
jij weet wat ze nodig heeft: geen wisselingen.
Jij geeft haar complete zorg, jij kent haar,
dat voelt voor beiden zo veilig, vertrouwd,
alle uren per dag, heel de week,
decennia lang, het is jouw lieve meid.

Je uit liefde en genegenheid, gaat vanzelf
en wilt haar niet laten opnemen,
ze is zo veilig bij je, ze verrijkt jou.
Je pakt de zorg aan nu 't nog kan,
je wordt ouder, dat voel je nadrukkelijk,
je maakt je ernstig ongerust over later,
ook al heeft ze 'n lagere levensverwachting
van in totaliteit wellicht 'n halve eeuw.

Je zingt voor haar liedjes uit jouw kindertijd
en ziet haar weer lachen, zoals elke dag,
blij lied, blij gezicht, blij gevoel, ook bij jou.
Je speelt met haar, handen raken elkaar,
dat geeft elke keer opnieuw 'n tinteling,
ontroering, aan 't vertrouwen bouw je verder.

Jouw dochter logeert soms bij je vriendin,
dan kan je 'n dagje weg, heb je nodig.
De eerste keer ben je er ziek van, geen genieten,
jouw daguitstapje verregent van binnen.
Later is dat anders, ben je echt 'ns uit,
ook al is het maar tweemaal per jaar,
om op het strand flink uit te waaien,
het zand verandert niet, de wind blijft,
water komt en gaat met sneeuwachtige koppen.

Jouw motieven veranderen in de tijd,
sinds kort denk je: er is niemand anders,
er is geen weg terug, wil je ook niet.
Gedachten over hoe 't ook zou kunnen zijn,
die heb jij al vele jaren niet meer,
nu wil je niets anders, jullie zijn gelukkig,
maar straks wel tegelijk de dood in,
die gedachte houd je steeds meer bezig,
terwijl je naar de kaarsjes bij de kerststal kijkt.


Jan van Wijk

negentig

Negentig jaar wordt ze vandaag,
'n mis voor haar overleden man,
zij is actief voor en in de kerk
en al hetgeen erbij komt.
Bij de collecte komt ze bij mij,
doe wat kleingeld in 't mandje
en zij zegt tegen me, heel vastberaden:
je komt zo meteen mee, hè jongen,
koffiedrinken op 't terras op de markt.

Ze ziet er zo feestelijk uit,
licht mantelpakje, bloes die afkleedt.
De eucharistieviering wordt speciaal,
ik zie haar genieten, glunderen,
als ik in de rij te communie ga
en ze ziet wie er naar haar kijken.

Wat later vele felicitaties voor haar
van vooral menig zeventigplusser,
mensen die dicht bij haar staan.
Negentig halen, oud worden is 'n zegen,
als je zo kras bent als zij,
dan zie ik haar weer traag gaan
met rollator is het goed te doen,
zij is kostbaar voor leven met gevoel.



Jan van Wijk


kracht van vertrouwen

In het zonnige Maria-oord Banneux,
een massa mensen op de been.
In de kerk van de Maagd der Armen,
neemt Maria velen in de armen,
stevig vast en vol vertrouwen.

Woon de internationale mis bij,
veel zijn er in een Mariagewaad,
de drieduizend stoelen zijn bezet,
honderden laatkomers staan achterin,
er heerst een stille, devote sfeer
op deze Maria Hemelvaartsdag.

Mijn oog valt op 'n donkere vrouw,
lang, slanke taille, spits gezicht,
aandachtig volgt zij hetgeen gebeurt,
zingt met Franstalige liederen mee,
met grote ogen staart ze lang
naar het altaar met elf priesters.
Zou er aantrekkingskracht zijn,
wat gaat er nu in haar om,
met steeds de handen gevouwen?
Ze zet een tas op haar schoot,
neemt er een kleine foto uit,
even later zie ik de Maria-afbeelding,
ze bekijkt de foto voor lang.
Gaan foto en geloof haar sterken,
met de kracht van vertrouwen
in haar die met zoveel beelden
aanwezig is in menig huis?
 


Jan van Wijk
 

 

Terug naar HOME