HOME  Archief  Dromen  Gastenwoorden   Liefdesaforismen  Links  Nieuws  Perslichten  Publicaties   Wie ben ik ?  

 

Olympische droom !!

"Olympische droom" verschijnt op 31 mei 2012 (bestellen ?)

Op donderdag 31 mei komt "Olympische droom" uit, het nieuwe boek van Jan van Wijk. Olympische droom is een roman over het leven van een topsportster die een turbulente ontwikkeling meemaakt van jong meisje tot atlete op Olympisch niveau. Het boek geeft een indringende kijk in het leven van een topsportster, die met een ijzersterk karakter de wil heeft om te winnen. Olympische droom laat de sportieve ontwikkeling meemaken en de psychologische aspecten beleven van het leven van een topsportster, waarbij toppen en dalen elkaar afwisselen. Na duizenden trainingen komen de Olympische Spelen in zicht ...

Olympische droom is ook verkrijgbaar bij:
De Tuymelaer, Grote Markt 6, 4611 NR Bergen op Zoom.

 

Voorproefjes:

Voor Lea breekt een cruciaal jaar aan. De Olympische Spelen naderen. Heb met haar een planning gemaakt. De juiste afwegingen gemaakt, vinden we. Een weloverwogen opbouw naar het voorjaar. Lea moet immers aan de gestelde limiet voldoen om zich te kwalificeren. Enkele wedstrijden zijn geselecteerd met een sterk deelnemersveld. Het moet dan haalbaar zijn onder de vereiste tijd te komen op de 1500 meter.
Lea's uithouding is nagenoeg perfect. Haar snelheid kan nog een fractie omhoog. Op training wordt de uithouding onderhouden. Verder werken we extra aan de snelheid. Om de snelheidsverhoging te realiseren hebben we in het vroege voorjaar vier wedstrijden gepland om de 800 meter te lopen. Snelheid op een korte wedstrijdafstand opdoen betaalt zich immers uit op de wat langere 1500 meter.
Lea kan een hoog tempo lang volhouden en dat is haar grote kracht. Dit bewijst ze ook op de 800 meter. Met een tijd van 2.04 op de 800 meter kan dan op de 1500 meter onder de 4.05 worden gelopen. Met een dergelijke prestatie is uitverkiezing naar de Olympische Spelen wel realiteit.
Concurrentie in eigen land is er nauwelijks op de 1500 meter. De beslissende race om te voldoen aan de limiet moet slagen in een wedstrijd met goede internationale deelname. Het lukt Lea namelijk niet alleen de gehele wedstrijd voorop te lopen en dan de vereiste, scherpe tijd neer te zetten. Toploopsters moeten haar meenemen naar een goede tijd. Lea moet de goede loopsters dan volgen en zich laten meezuigen.
De opdracht is nu nog iets sneller worden en heel blijven. Geen blessures krijgen. Geen verkoudheid oplopen en niet ziek worden.

VIII

Mij wordt wel eens de vraag gesteld, waarom ik geen vriend heb. Ben je niet eenzaam?, hoor ik soms. Heb je geen behoefte aan seks?, durft een journalist eens te vragen.
Welnu, ik heb n hele grote vriend en dat is mijn sport. Eenzaam ben ik niet en ook niet alleen. Ik voel me in rijk gezelschap. Maak immers zoveel mee door mijn sport. Leer, tijdens de vele trainingsjaren, veel mensen kennen en goed te lopen. Ben in mijn sport de snelste vrouw van het land. Verder is Jenny de beste trainster en een topmama. Ik ken vele atleten uit diverse sporten. Heb heel wat fans.
Behoefte aan seks heb ik zeker. Echter, om seks te hebben, is er toch geen vaste vriend nodig? Een vaste vriend past niet in mijn huidig leven. Ik heb mijn leven en dat is hardlopen met heel veel er omheen. Zij, die niet intensief op topniveau sporten hebben nauwelijks een correcte voorstelling van mijn leven.

VII

Door de jaren heen leer ik mijzelf beter kennen. Besef dat ik na een wedstrijdseizoen weer verder moet n ga. Laad dan weer de batterijen op om een stapje hoger te komen. Realiseer me, dat ik niet dwangmatig de sport moet beoefenen. Lekker sporten. Genieten van de sport. Plezier vinden in n houden van de sport.
Ervaar dat, als ik geniet van de sport, ik nog wat meer kan doen. Volg daarbij mijn gevoel. Kies mijn weg. Twijfel steeds minder aan mezelf. Heb geleerd met tegenslagen om te gaan. Zie meer dan enkel waar ik wil uitkomen. Daardoor voel ik mij sterker. Echter, ik ervaar dat ik in een leegte kom als ik een kampioenschap heb behaald. Er is immers zo lang naar de titelrace gewerkt en geleefd. Maanden dagelijks met de wedstrijd bezig. Van ontwaken tot slapen, inclusief dromen. In feite gaat het alleen nog maar om n doel, presteren op het kampioenschap. Het allergrootste doel is presteren op de Olympische Spelen. Dat is eigenlijk het enige dat wezenlijk van belang is. Is dat doel weg, dan wordt het leven meer in ander perspectief gezien. Meer denken aan wat is geweest en hoe ik heb geleefd. Zo stel ik mij dat voor. Maar wat is nu echt van belang? Wat wil ik nu? Heb cruciale keuzes gemaakt. Welke keuze maak ik nu?
Heb jarenlang volgehouden te sporten. Dat is vanzelf gegaan. Trainen, wedstrijden en leven voor de sport. Te extreem? Te veeleisend? Zo ja, dan een stapje terug. Met de benen op de grond. Zelf een weg bepalen. Niet dat een ander laten doen. Plan meer en meer zelf de trainingen. Overleg wel steeds met Jenny. We sparren veel. Jenny informeert de fysiotherapeut, sportarts, voedingsdeskundige, inspanningsfysioloog en bondscoach. Hou het beperkter, denk ik wel eens. Echter, aan de top trekken er velen aan touwtjes. Eigenlijk geniet ik daar ook wel van. Voel zelf het beste aan wat goed voor me is.

VI

Voel me goed met mijn nieuwe vriend Tim. Hij is lief, voelt me aan, is onderhoudend, geeft warmte en vrijt heerlijk. Tim is met zijn 21 jaar twee jaar ouder dan ik.
Heb Tim leren kennen in de radiostudio van de provincie. Ben er voor een interview over mijn sportleven en mijn ambities binnen en buiten de sport. Raak voor het af te nemen interview met Tim in gesprek. Hij drinkt ook thee. Onze blikken houden elkaar vast. Het lijkt alsof we al aan elkaar zitten, ook al is er een meter lucht tussen ons. Laat Tim over zichzelf vertellen.
Na het radiointerview praten Tim en ik verder. We maken een afspraak. Bij het vertrek uit de studio zegt Tim dat hij me lief vindt. Je bent heel aardig, is mijn reactie.
Met Tim trek is een tijdje op. We verstaan elkaar. Over gevoel, muziek, literatuur en politiek kunnen we aardig goed babbelen. in de liefde voelt het ook ok. Bij Tim kom ik graag klaar. Hij bevredigt mij heel fijn. Hij is lief en zacht onder het vrijen n daarna. Een tikkeltje te traag is hij wel.
Met sport heb ik met Tim helaas geen klik. Tim luistert wel aandachtig, maar het gevoel voor topsport heeft hij niet. Hij is geen sporter, ook al voetbalt hij tweemaal per week.

V

Door de gewonnen gouden medaille op het nationaal kampioenschap word ik uitgenodigd voor de nationale selectie. Ik wil eerst wel eens goed weten wat dat betekent. Denken aan het werken onder een bondscoach maakt me voorzichtig. Heb immers menig minder gunstig relaas vernomen van andere sporters.
In de nationale selectie zitten betekent onder de hoede van de bondscoach trainen. Schema's die Jenny nauwgezet maakt en haar overzichten van trainingen, tests en wedstrijden moeten aan de bondscoach worden overlegd.
Ik vraag aan Jenny, hoe zij het ziet. Jenny zegt, dat ze alle info beschikbaar wil stellen. Ze vindt, dat ik zelf de keus moet maken waar en door wie ik me wil laten trainen.
Ik probeer het om met de nationale selectie te trainen. Het is mijn eerste selectieweekeinde met de groep van nationale toploopsters.
Jenny brengt me naar het trainingscentrum en aan het einde van het weekeinde haalt ze me weer op. Persoonlijke trainers zijn niet uitgenodigd. Jenny ziet dus niet wat ik doe.
Tijdens het eerste trainingsweekeinde doen we oefeningen die mij doen verbazen. Heel intensief zijn deze oefeningen. De zweep gaat erover. Doorgaan, meiden, tot je niet meer kan, hoor ik van de bondscoach. Hij zegt dit op hautaine wijze en neemt een zeer afstandelijke houding aan.
Gedurende het weekeinde doen we ook inspanningstests. Die tests zijn me bekend.
De andere atleten uit de selectie ken ik ook. De meesten zijn half in de twintig, enkelen zowat van mijn leeftijd en twee zijn nog bij de junioren. Anja is er ook. Zij is namelijk de 1500 meter kampioene van vorig jaar. Bij de selectie zitten allemaal loopsters van de 800, 1500 en 5000 meter. Ook zijn de toppers uit het veldlopen erbij.

IV

Merk dat door de vele trainingen mijn ongesteldheid uitblijft. Dat is normaal bij sporten op hoog niveau. In de herstelperiode, als er minder intensief wordt gesport, krijg ik de periodieke bloeding weer terug. Ook realiseer ik me, dat mijn voeding steeds belangrijker wordt, naarmate ik verder in de sport kom. Uitgebalanceerde voeding is dagelijkse kost. Minstens zes stuks fruit per dag. Fruit vind ik heerlijk. Drink veel water en rooibosthee. Soms neem ik groene thee. Suiker doe ik nergens bij en dat geldt ook voor zout. Deze producten zitten al zoveel in de levensmiddelen, zegt mijn voedingsdeskundige.
Gezond eten bevalt me prima. Met mijn 180 centimeter en 56 kilogram heb ik een Body Mass Index van 17. Dit getal is meer dan genoeg. Voel me daar goed bij. Krijg van buitenstaanders wel meer dan eens de opmerking dat ik te mager ben. Helaas snappen zij niet wat hardlopen op hoog niveau inhoudt. Wil daarover ook niet in discussie. Ik snap het en Jenny ook.

III.
Het gaat niet goed.

Het gaat niet goed. Heb een blessure die steeds weer opspeelt. Sinds ik weken terug in het bos over een boomstronk ben gevallen, heb ik pijn aan mijn onderbeen. De huisarts heeft mijn been onderzocht. Stuurt me door. Kom in het ziekenhuis. De specialist denkt te weten wat er met mijn been is. Hij verbiedt mij te sporten. Aan denken heb ik niets. Het gaat erom dat hij het zeker weet. Heb gevraagd of hij in het verleden sporters heeft geholpen. Een paar keer, is het antwoord. Daarop vertrek ik met Jenny. Ik wil een specialist die sporters kent, zeg ik fel tegen Jenny. Zij heeft spoedig een echte deskundige gevonden. Jenny en ik er naar toe. Krijg te horen dat ik minstens de komende drie weken niet mag lopen. Zwemmen mag en fietsen met een kleine versnelling ook. De belasting van mijn been moet heel beperkt zijn. Drie weken! Wat een tegenslag! Het gaat immers zo goed met lopen. De pijn in mijn been moet helemaal weg zijn, voordat ik weer mag lopen. Je krijgt anders spoedig opnieuw pijn, zegt de specialist.
Jenny en ik zwemmen elke dag en fietsen vier keer per week. Voel niets aan mijn been als ik zwem of met een kleine versnelling fiets. Wel als ik wandel, heb dan meteen pijn.
Deze tegenslag duurt langer dan drie weken. Wanneer kan ik gefaseerd opbouwen? Hoeveel tijd gaat er wel niet verloren? Ik mis trainingen en wedstrijden. Ik baal behoorlijk. Val tegen Jenny uit. Ben boos op mezelf, maar uit dat venijnig tegen Jenny. Ik verwijt haar die stomme trainingen in het bos. Door jou heb ik die blessure, roep ik hard. Even later heb ik spijt van mijn uitval. Zie Jenny met betraande ogen. Weet me geen houding te geven.

II.
Jenny 2

Ik merk dat er verwijdering is tussen Paul en mij. We praten nog minder dan enkele maanden geleden. Hij gaat heel laat naar bed. Raakt me niet meer aan als hij naast me komt liggen. Ik raak hem trouwens ook niet aan. Doe dan steeds alsof ik slaap.
Wat is dit anders dan een tijd terug. Vraag me af wat er echt scheelt. Geef toe, dat ik niet de makkelijkste ben. Heb mijn grillen en grollen. Echter, ruzie maak ik niet. Paul ook niet. Lig uren in bed te piekeren. Schiet daar niets mee op. Het overkomt me gewoon. Wat scheelt me? Wat is er met Paul? Wat is er met mij? Wat overkomt ons tweetjes?
Draai me om. Kijk hem in de ogen. Hij is verrast.
Wat is er?, vraag ik.
Niets, antwoordt hij.
Je raakt me niet meer aan, vervolg ik.
Hij zwijgt.
Het is al wat maandjes geleden dat we neukten, Paul! Orale seks doen we al langer niet meer. Heb je nog zin?, is mijn volgende vraag.
Nu niet, is de reactie.
Vind je me nog lief? Ben ik nog aantrekkelijk? Word je niet meer opgewonden door mijn warmte? Heb ik geen lekker lijf meer?
Paul zwijgt.
Ga uit bed. Kom in de woonkamer. Schenk een wijntje in. Realiseer me dat ik dit 's nachts nog nooit heb gedaan. Ga zitten. Ineens begin ik te snikken. Huil wel een uur. Wat gebeurt er met me?
Paul blijft in bed.
Wat wrijft er tussen ons?
Besluit terug naar bed te gaan.
Paul slaapt. Of doet hij alsof? Hij slaapt echt.
Die nacht doe ik geen oog toe. Er flitst zoveel voorbij. Zie mijn mama en papa. Lang heb ik Lea voor ogen. Ook John, mijn eerste liefde, zie ik komen en gaan. Wat gebeurt er met me? Moet ik zo oud worden?

I.
Ik beoefen nu iets meer dan een jaar de atletieksport. Steeds ga ik met veel plezier naar de training. Op een dag vraagt Jenny me of ik een keertje met haar alleen wil trainen. Ben blij dat Jenny dit vraagt. Jenny is er steeds op training en ze zegt dat ik het goed doe, als we samen naar huis rijden. Jenny ziet mij sporten en we praten de laatste tijd wat vaker over atletiek.
Jenny vraagt of ik met haar eens een duurloopje wil doen. Nou, daar kijk ik naar uit! Die kans sla ik niet af! Ben immers graag bij haar.
Je bent nu 12 jaar en dan kan een rustig loopje samen heel leuk zijn, zegt Jenny.

 

naar HOME