HOME  Archief  Dromen  Gastenwoorden   Liefdesaforismen  Links  Nieuws  Perslichten  Publicaties   Wie ben ik ?  

 

Zes Kroonjaren !!

December 2010 is de bundel "Zes Kroonjaren" verschenen !!!  (bestellen ?)

In "Zes kroonjaren" geeft Jan van Wijk een kijk in zijn zestigjarig innerlijk leven. Zes thema's komen als kroonjaren uitgebreid aan bod. Deze kroonjaren zijn papa, muziek, geloof, stad, vrouwen en levensthema's. De woordspeler levert in dit werk zelfkritiek, kan om zichzelf glimlachen en ook een traan laten. Ook heeft hij nadrukkelijk oog voor zijn juwelen als geluk, liefde, geloof, beleving en warmte.

 

56. Genieten

Het overkomt me meermaals per dag dat ik gedachten binnenkrijg waar ik wat van kan maken. Flarden waaien binnen als woorden die wat willen. Er gebeurt dan iets in mij. Voelt als een innerlijke drang om woorden met liefde te behandelen. Woorden vragen van mij aandacht. Weet je, naarmate ik meer lees, zie en luister komen er meer woordflarden bij me op bezoek. Voelt als hoog bezoek dat aandacht verdient. Zit ik nu op dat bezoek te wachten? Laat het gewoon gebeuren. Zet de deur in feite open. Krijg ook bezoek van mezelf. Schrijf dan vanzelf voor mezelf. Vaak is dat in de tegenwoordige tijd, ook al is het een verleden. Ik hou niet van toen. Toen is voorbij. Ik leef en schrijf nu.
Kritiek op teksten ontvang ik graag, is gewenst. Allereerst van mezelf. Kijk niet uit naar het zoveelste compliment. Kritisch op mezelf blijven voelt okť. Snel goed is het niet. Een tekst moet deugen voor me. Laat mijn blik schijnen. Is het goed genoeg? Mijn antwoord is "ja", ook al blijft dat woordje soms lang uit en heb ik eerst flink wat schaafwerk te verrichten. Echter, ik weet dat iets moois, echt bijzonders, zelden komt. Creatie met voldoening is mooi te ervaren, maar is niet het allerhoogste. Er gebeurt immers zoveel in het leven dat voldoening geeft. Genieten van een kus, glimlachen om het ontstaan van vriendschap, warmte voelen bij een goed gesprek, dat al maakt dagen nog meer waardevol. Dergelijke dagen vormen een belangrijk levensthema. Eigenlijk heb ik contact met anderen nodig, of met mezelf om liefde met en door woorden te uiten.
Zeg, ga eens zitten. Neem wat tijd om te genieten. Hoe voelt dat?

 

48. Hoofdzonden

Denkend aan de zeven hoofdzonden, dan komt zondigen mij als verleidelijk over. Met de ene zonde heb ik wel meer dan met de andere. Herken jij dat?
Hebzucht van "jou heb ik graag", is bij me niet zo pregnant aanwezig. Dat geldt ook voor afgunst of jaloezie. Hierbij heb ik wel iets als "verdorie, zij is helaas niet aan mijn zijde".
Met trots heb ik wat meer. Een gedachte is "kijk, met haar voel ik me top." Straal dat uit en zeg het ook. Een gedachte is dan "laten we de wereld overgaan en samen in het spiegeltje blijven kijken."
Dan luiheid. Daar heb ik niet zo veel mee. Het denken aan "ze geeft me meer dan ik vraag, laat maar komen", geeft me toch wel een wat erg gemakzuchtig gevoel.
Vraatzucht of onmatigheid zegt me wat anders. Bij me komt op "van jou krijg ik nooit genoeg, blijf meer en meer van je eten en mijn honger is niet te stillen."
Woede uit zich als "ga maar weg als je die ander belangrijker vindt." En ... daar gaat ze ...
Lust of wellust staat me wel aan met "wat heb ik zin in jou."

De zeven hoofdzonden zijn vaak onderwerp en inspiratiebron in kunst, literatuur en wetenschap. Vragen zijn dan welke functie zonden hebben in het voortbestaan? Zondig ik ook als er geen vrije wil blijkt te bestaan? Ben ik wel aansprakelijk voor al mijn zonden?
Zie graag duizend bloemen bloeien, alsof de grootste schurken de mooiste uitspraken doen. Voor mij is het laten leven in vrijheid in verscheidenheid. Soms lijkt het bedrijven van de liefde iets nuttigs, maar daar doe ik het niet voor... Wel bega ik zeven hoofdzonden die de ethiek van de herinnering zijn. De taak van de muze is voor mij door woorden hoofdzonden een bijzondere plek geven. Eigen interpretaties ervan maken die voor mij meer dan een inspiratiebron zijn. Ik benut de vrije ruimte om zonden te begaan en ze vervolgens te belijden. Denk aan veel vrouwen en zondig nog wat meer ...

 

39. Thuiskomen

Ben op terugreis van enkele duizenden kilometers. De reis terug gaat bij me meestal sneller dan de heenreis. Geniet nog na van de vele indrukken. Heb kerken bezocht, torens beklommen, bossen bewandeld en musea bewonderd. Schoonheid te over van het materiŽle erfgoed dat de aarde rijk is.
De uren verstrijken. Wielen draaien op volle toeren. De weg ligt steeds meer achter mij. Dan zie ik een bord met de naam van mijn stad. Het is alsof ik aan het aftellen ben. Na nog een uurtje ben ik vlakbij de gemeentegrens. Zie de Peperbus. De toren staat er gelukkig nog. Goddank. Wat is die toren vertrouwd! Rijd het centrum in. Er is hier niets veranderd in de dagen dat ik er niet ben geweest. Een opluchting! Ik rijd verder de stad in. De Peperbus zie ik nu van heel dichtbij. Dit zien voelt als thuiskomen. Zet mijn auto in de straat. Mijn huis lacht me toe. Uitpakken is voor straks. Ga naar de Mariakapel in het Markiezenhof. Steek er een kaarsje aan. Dank voor de veilige reis die succesvol is verlopen. Ga vervolgens naar de Grote Markt. Sta voor de Peperbus. Ik ben weer thuisgekomen. Dat is gevoel met een traan.

 

24. Bedevaarten

Op weg gaan, om te komen waar ik welkom ben. Met een intentie en een vraag naar bezinning. Er zijn veel plaatsen waar ik graag kom voor een meditatie, gesprek, gebed of het ervaren van serene rust en windstille kalmte. Echter, elk oord geeft iets unieks met belevenissen die sterk memorabel zijn.
Mijn voorkeur gaat uit naar bedevaartplaatsen waar Maria een belangrijke betekenis heeft. Met haar wil ik nog wel wat beleven. Breng ik een bezoek aan Lourdes, Loreto of Fatima dan is er een tocht die ook miljoenen elk jaar ondernemen.
Lourdes is voor mij de eendrachtige samenzang. Loreto het thuisvoelen in het Heilig Huis van Maria en Fatima de plaats van witte, maagdelijke schoonheid met ingetogenheid. Wat dichterbij huis zijn voor mij Scherpenheuvel, Kevelaer, Banneux, Beauraing, Oostakker en Meersel-Dreef de Mariabedevaartplaatsen waar ik graag verblijf.
Het bijzondere van een pelgrimsoord vind ik de devote beleving die het bij me teweeg brengt. Ook de tijd is daar om met mijzelf eens anders in contact te komen. Los van het alledaagse. Kijk, ik kan ook in retraite gaan. Enkele dagen te gast in een klooster zijn. Echter, ik kies voor een bedevaartoord. Dat doet me goed. Voel me sterker weggaan dan er te komen.
Mijn stad mag voor mij ook een bedevaartplaats zijn. Al is het voor de Heilige Gertrudis met de kleine, kleurrijke kapel nabij de Scheldelaan in Bergen op Zoom. Het plaatsen van een groot beeld in mijn achtertuin is waarschijnlijk niet toereikend om een Mariabedevaartoord te stichten. Stap dan maar mijn auto in. Geef gas. Ben op weg om wat met haar te beleven.

14. Piano

Het spelen van een muziekinstrument is bij mij pas realiteit bij het bereiken van de leeftijdstand 5-5. In mijn stad klinkt het bekender als je spreekt van 5 x 11. Mijn keus valt op de piano. Wat jaren terug heeft er thuis ook een piano gestaan. Heb er nooit op gespeeld. Het moment is dan nog niet pasbaar in de tijd. Later voelt het anders.
Volg bij mijn pianolerares vrijwel elke week een halfuurtje les. Zij heeft opvallend veel geduld met me. Ik oefen wat weinig en dan schieten de vorderingen niet opvallend op.
De variatie in de te spelen muziekstukken is gigantisch. Zelfs voor een blijvende beginner als ik. Het liefst oefen ik van de bladmuziek bekende nummers. Ik kom dan al snel bij de rock-, beat-, pop- en jazz, de echte wereldcreaties.
Wat me opvalt, is dat ik kerstliedjes niet bewaar voor de maand december. In volle zomer "silent night" spelen, geeft gedachten aan de eerste sneeuw. Jan de Wilde, de Vlaamse zanger, komt dan ineens bij me op. Zo ook is het met bekende Sint Nicolaasliedjes die het hele jaar in m'n hoofd zitten.
Ach, bij mij is er altijd ruimte voor decemberfeesten.
Een befaamd en veelgevraagd pianist word ik nooit en wil dit ook niet worden. Ik oefen gewoon echt te weinig en ... speel alleen voor mezelf. Dat wil ik wel zo houden.

 

3. Kar

Ga met mijn papa naar het ziekenhuis in Roosendaal. Mijn opa ligt er. Is zwaar ziek.
Opa is een heel goede timmerman. Een echte vakman. Heeft een eigen timmerbedrijf. Hij kan alles maken, zelfs huizen.
Ik sta met mijn papa aan het ziekbed van zijn papa, mijn opa. Het gesprek kan ik niet volgen. Er wordt trouwens niet veel gesproken. Ineens zegt mijn opa: Jantje, als ik beter ben, maak ik voor jou een kar. Die belofte neem ik graag in ontvangst. Voel me zo gelukkig met een echte kar in het vooruitzicht. Zeg dat ook tegen mijn opa en papa.

Vaak is het ziekenhuisbezoek, met de karbelofte door mijn opa, verteld door mijn papa. Weet je nog wat jouw opa tegen jou heeft gezegd? Hij zou speciaal voor jou een kar maken. Later begrijp ik pas waarom mijn papa dat zo vaak heeft verteld...

Twee dagen na zijn belofte is mijn opa dood. De kar is er nooit gekomen.

naar HOME