Woordliefde

[gtranslate]

Trouw

In ethische zin wil trouw zeggen zich houden aan een wederzijdse relatie met een morele verplichting. Het is de basis van moraal en verwijst naar een verbondenheid via huwelijk, vriendschap of afstamming. Het woord ethisch houdt verband met geldende normen over wat goed en verkeerd wordt gezien.

Trouw is een essentiële deugd. Dit wil zeggen een positieve eigenschap of een ethisch goede wijze van handelen.

Trouw heeft te maken met loyaliteit en verbondenheid. Bij loyaliteit is sprake van een afhankelijkheidsrelatie of gezagsverhouding, zoals bij het loyaal zijn aan het bedrijf waar iemand werkzaam is.

Het woord trouw is afkomstig van het Latijnse “Fides”. Zo kan iemand ook fideel zijn. Trouw moet dan ook uit gedrag blijken.

Als iemand trouw aan een ander wil zijn en blijven, wordt een belofte nagekomen. Zo kan aan iemand of organisatie trouw worden gezworen. Dit kan zich uiten in een ander helpen, steunen en/of volgen. Het is dan de ander niet laten vallen. Dit komt bij vriendschap voor. Trouw is dan wederzijds tussen twee personen en groeit door gevoel. Trouw zet de aangegane verbintenis door zelfs als de context verandert. Dit komt ook voor bij een huwelijk. Trouw zijn in een huwelijk betekent alleen intiem zijn met elkaar en niet met een derde. Dit houdt ook in dat beiden enkel seks met elkaar hebben. Hier de trouw breken betekent gaan scheiden.

Iemand kan trouw zijn aan beginselen, door steeds producten van eenzelfde merk te kopen, omdat het bedrijf correct met het milieu omgaat. Trouw kan ook iemand zijn aan een instelling, club of godsdienst.

Het woord trouw komt in verscheidene contexten voor. Voorbeelden zijn: Goede trouw wordt verondersteld en te goeder of te kwader trouw zijn.

Datum eerste publicatie: 18 april 2024
Datum laatste wijziging: 16 mei 2026
© 2026 Jan van Wijk